nieuws

25 apr 2002, 00:12

Luchtvaartexperts waarschuwden voor botsingen

De Raad voor de Transportveiligheid (RvTv) heeft april 2001 aanbevolen om de vliegroutes van snelle straaljagers te scheiden van het langzamer recreatieve luchtvaartverkeer. De ministeries van Defensie en Verkeer namen deze adviezen over, maar werken nog aan de implementatie ervan.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

De RvTv deed deze aanbevelingen naar aanleiding van onderzoek naar een botsing tussen een F-16 en een sportvliegtuigje in 1999 bij Etten-Leur. Dit ongeluk vond net als de botsing woensdagmiddag boven het Groningse Sellingen plaats in het zogenaamde ‘ongecontroleerde’ luchtruim. Hier mogen zowel straaljagers als sportvliegtuigjes zonder controle van luchtvaartleiding vliegen. De RvTv kwam tot de conclusie dat dit een te grote kans op botsingen geeft.
Samen met de Raad van Advies inzake Luchtvaartongevallen bij Defensie gaf de RvTv in april 2001 het advies om snel en langzaam luchtverkeer te scheiden door speciale ‘luchtvaartcorridors’ voor straalvliegtuigen in te stellen. De raad adviseerde de ministers van Defensie en Verkeer en Waterstaat ook om radiocontact tussen vliegtuigen en verkeersleiding en het gebruik van transponders verplicht te stellen. Een transponder houdt de verkeerstoren precies op de hoogte waar, waarheen en hoe snel een vliegtuig vliegt. Kleine toestellen, zoals het gisteren verongelukte ultralightvliegtuigje, bezitten deze vaak niet.
Naar aanleiding van de aanbevelingen van de RvTv zijn de eerste stappen genomen om snelle militaire en langzame burgerluchtvaart te scheiden. Het ministerie van defensie heeft eind vorig jaar de minimumvlieghoogte voor straalvliegtuigen van 1000 naar 1200 voet (ongeveer 400 meter) verhoogd. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft besloten dat burgervliegtuigen boven de 1200 voet een transponder moeten gebruiken. Dat was 1500 voet. Deze wijziging zou deze zomer worden doorgevoerd.
Overigens vond het ongeluk bij Sellingen plaats in de omgeving van een officiële laagvliegroute voor militaire vliegtuigen. Straaljagers moeten daar tussen de 75 en 300 meter hoogte vliegen. Andere piloten zijn hier doorgaans van op de hoogte en mijden daarom deze hoogteband. Op welke hoogte de botsing tussen het ultralightvliegtuigje en de F-16 boven Sellingen plaatsvond, is nog niet bekend.
Overigens vond het ongeluk bij Sellingen plaats in de omgeving van een officiële laagvliegroute voor militaire vliegtuigen. Straaljagers moeten daar tussen de 75 en 300 meter hoogte vliegen. Andere piloten zijn hier doorgaans van op de hoogte en mijden daarom deze hoogteband. Op welke hoogte de botsing tussen het ultralightvliegtuigje en de F-16 boven Sellingen plaatsvond, is nog niet bekend.