nieuws

15 feb 2001, 00:12

Imkers waarschuwen voor dramatische gevolgen bijentekort

De Vereniging tot Bevordering van de Bijenteelt in Nederland (VBBN) voorspelt dat de landbouw en de natuurontwikkeling in de problemen komen door een enorm tekort aan bijenvolken. Minder bijenvolken betekent minder bestuiving en dus minder opbrengst.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

De zorgelijke situatie geldt voor heel Nederland, met als tragisch dieptepunt de provincie Groningen. Waar omringende landen gemiddeld drie bijenvolken per vierkante kilometer tellen, ligt het aantal in Nederland slechts op twee en in Groningen zelfs op 0,7.
De terugval van het aantal bijenvolken wordt veroorzaakt door de terugloop van het aantal zogeheten drachtplanten: planten die bestuivende insecten als honingbijen nodig hebben om zaden te kunnen produceren. ,,Het aanplantbeleid van de overheid is veel te eenzijdig’’, verduidelijkt VBBN-bestuurslid L. Sligter. ,,Bij gebrek aan stuifmeel ontwikkelen bijenvolken zich niet meer en sterven uit.’’ De overheid heeft volgens de imkers louter oog voor snel groeiende gewassen waar insecten niets aan hebben.
In andere Europese landen wordt het houden van bijen met Europese subsidies door de overheid ondersteund. Als de bijen zouden verdwijnen, reduceert dit ook de bestuiving van reguliere akkerbouw en fruitteelt en wordt die verbouwing steeds minder rendabel. ,,De gevolgen kunnen heel ver doorwerken’’, stelt Sligter. ,,Op den duur zal bijvoorbeeld ook de vogelpopulatie afnemen omdat er voor hen geen zaden meer te eten zijn.’’
Volgens de VBBN neemt de overheid de imkers niet serieus omdat ze het bijen houden niet beroepsmatig uitoefenen. ,,Dat zou een precedent scheppen tegenover alle mogelijke hobbymatige dierverenigingen’’, legt Sligter uit. In Nederland produceren bijna tienduizend hobbymatige imkers 500 duizend kilo honing per jaar.
De Noordelijke Land- en Tuinbouworganisatie NLTO heeft toegezegd naar oplossingen voor het probleem te gaan zoeken. Woordvoerder P. Prins suggereert de motieven voor de boeren om bepaalde gewassen te verbouwen te verbreden. ,,Koolzaadvelden kunnen ook toeristisch ontzettend interessant zijn’’, noemt Prins als voorbeeld. ,,De overheid kan zulke initiatieven financieel ondersteunen.’’ De meeste boeren hebben het telen van koolzaad opgegeven omdat het niet meer rendabel genoeg is.
Zowel het ministerie als de provincie waren niet direct voor commentaar bereikbaar.