nieuws

28 mrt 2001, 00:12

Helft kinderen met taalstoornis heeft gedragsprobleem

De helft van de kinderen met een specifieke taalstoornis heeft gedragsproblemen. Dit blijkt uit een onderzoek van orthopedagoge drs. Francien Coster die vier april 2001 promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. Een specifieke taalstoornis is niet het gevolg van slechthorendheid of een achterstand.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Coster heeft een model ontworpen dat de relatie tussen taalstoornissen en gedragsproblematiek laat zien. Zij deed onderzoek bij leerlingen in de midden- en bovenbouw van scholen voor kinderen met spraak- en taalstoornissen.
De promovendus legt geen direct verband tussen gedragsproblemen en een taalstoornis. “De taalstoornis beïnvloedt het functioneren van het kind en de ouders,” zegt Coster, “en daardoor ontstaan gedragsproblemen.” Het probleemgedrag uit zich vooral in het angstig reageren op contact met anderen.
Door die onzekerheid van het kind en de ouders wordt de kans op gedragsproblemen verder vergroot. “Hoe negatiever ze over zichzelf zijn, hoe meer gedragsproblemen ze hebben,” stelt Coster.