Bereikbaarheid & Mobiliteit

Noordelijke provincies willen jaarlijks 40 miljoen opzij leggen voor Lelylijn

De noordelijke provincies zijn bereid jaarlijks samen 40 miljoen euro opzij te zetten voor de Lelylijn. Deze bijdrage vanuit het Noorden is belangrijk, stelt Klaas Knot (speciaal gezant Lelylijn), om ook het Rijk zover te krijgen om de spoorverbinding tussen het Noorden en de Randstad te realiseren. Vanuit het rijk is jaarlijks 400 miljoen nodig.


Leestijd: 1 minuut

Foto | Arriva
Foto | Arriva

De toezegging van het Noorden om jaarlijks miljoen te sparen werd gedaan op woensdag 6 mei. Noordelijke bestuurders van betrokken provincies en gemeenten kwamen bijeen voor een gesprek met Lelylijn-gezant Klaas Knot. De bereidheid van het Noorden om jaarlijks miljoenen te sparen voor de spoorverbinding is in lijn met het advies van Knot, waarmee hij eerder dit jaar kwam. Het advies ging over de financiering van de Lelylijn. In het advies stond ook dat het Rijk jaarlijks 400 miljoen zou moeten reserveren.

Het aanleggen van de Lelylijn is een project van de lange adem. Er gaat circa 25 jaar overheen en er is een enorme investering voor nodig: in totaal naar schatting ongeveer 14,5 miljard euro. Daarom stelt Klaas Knot ook dat er voor de komende 25 jaar 400 miljoen euro gespaard moet worden.

Dat zou in totaal goed zijn voor driekwart van de totale investering (14,5 miljard dus). Er is dan nog aanvullende financiering nodig, waaronder geld vanuit de regio en misschien ook Europees geld (vanuit subsidies), en ook een deel vanuit het bedrijfsleven.

De toezegging vanuit de Noordelijke provincies (Groningen, Drenthe, Friesland en Flevoland), wordt beschouwd als noodzakelijk om Den Haag zo ver te krijgen voor de Lelylijn te gaan.

Op 13 mei spreekt Knot met de Tweede Kamer over zijn advies als Lelylijn-gezant. Een noodzakelijke vervolgstap is het starten van de MIRT-verkenning Lelylijn, waarin duidelijk wordt hoe de Lelylijn er precies uit komt te zien en welke bijdragen provincies en gemeenten kunnen leveren.