Volgens mobiliteitswethouder Jalt de Haan komt in deze aanpak meerdere ambities samen. Hij benadrukt dat veilig en zelfstandig naar school kunnen gaan een belangrijke basis vormt voor de ontwikkeling van kinderen en dat dit alleen lukt wanneer gemeente, scholen en buurtbewoners hierin samen optrekken. De Haan gaf daarbij aan dat hij uit eigen ervaring in het basisonderwijs weet hoe belangrijk een veilige schoolomgeving is.
De aanleiding voor het programma ligt onder meer in de toenemende verkeersdrukte rond basisscholen. Veel auto’s die kinderen brengen en halen, een hoge parkeerdruk en een groeiende diversiteit aan vervoersmiddelen zoals elektrische fietsen en bakfietsen zorgen voor steeds complexere en minder overzichtelijke situaties in de directe schoolomgeving. Tegelijkertijd wil de gemeente juist stimuleren dat meer kinderen zelfstandig en actief naar school reizen, omdat dit bijdraagt aan verkeersvaardigheid, gezondheid en een rustigere wijk.
Binnen het programma wordt samengewerkt met alle 79 basisscholen in de stad. Scholen, ouders, verzorgers en leerlingen worden betrokken bij het in kaart brengen van knelpunten en wensen. Daarnaast worden gegevens verzameld over hoe kinderen naar school reizen en welke plekken als onveilig worden ervaren. Op basis daarvan worden concrete afspraken gemaakt die worden vastgelegd in een zogenoemde Veilig naar School kaart, aangevuld met acties en activiteiten om verkeersveiligheid blijvend onder de aandacht te houden.
Met deze integrale aanpak wil de gemeente toewerken naar een situatie waarin kinderen iedere dag veilig, zelfstandig en met vertrouwen naar school kunnen gaan.




