nieuws

07 mei 2010, 10:10

Voorbereiding CO2-opslag Noord-Nederland van start

Noord-Nederland krijgt mogelijk een groot demonstratieproject voor de ondergronds opslag van CO2. De ministeries van EZ en VROM hebben in elk geval een brief gestuurd aan alle betrokken bestuurders van Noord-Nederland, waarmee de voorbereiding van CO2-opslag in het Noorden feitelijk van start is gegaan. Het gaat om een grootschalig CCS demonstratieproject. Eerst kom er een ’breed communicatietraject’ over CCS gericht op alle bewoners en andere betrokkenen in Noord-Nederland.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

De brief die aan de noordelijke bestuurders is gestuurd begint met de constatering dat grootschalige CO2-afvang en -opslag (Carbon Capture and Storage, CCS) nodig zal zijn, omdat energiebesparing en verduurzaming niet snel genoeg voldoende CO2-reductie zullen opleveren.

De stap die nu gezet zal worden is die in de richting van ’grootschalige CCS-demonstratieprojecten’. De term ’demonstratieproject’ verdient enige toelichting. In het jaar 2020 moet CO2-opslag echt op grote schaal worden toegepast. Voordien zijn er eerst kleinschalige en grootschalige demonstratieprojecten.

Ze heten demonstratieprojecten omdat de overheid de term ’experiment’ niet wil gebruiken uit vrees dat dan het beeld ontstaat dat er nog proeven worden gedaan m.b.t. de veiligheid. De CO2-opslag in de demonstratieprojecten is namelijk al eerder op veiligheid bekeken. In de demonstratieprojecten gaat het om ervaring met bestuurlijke processen, draagvlak bij de bevolking, logistieke procedures etc. Zo is ’Barendrecht’ bedoeld als een kleinschalig opslagproject en begint Noord-Nederland nu aan het voorwerk voor grootschalige demonstratie.


Er zijn in Nederland in twee regio’s grootschalige opslag in voorbereiding. In de regio Rotterdam wordt gewerkt aan grootschalige opslag in lege gasvelden onder zee (o.a. met EU-subsidie). In Noord-Nederland worden nu dus concrete voorbereidingsstappen gezet. Noord-Nederland heeft nog geen EU-subsidie verworven, maar hoopt er alsnog voor in aanmerking te komen.


Voor een goed begrip van de procedures rond de locatieselectie is het van belang te weten dat de overheid CO2-opslag bevordert en vergunningen verleent, maar dat de feitelijke initiatiefnemers bedrijven zijn (zoals Shell in Barendrecht). Voor Noord-Nederland is de initiatiefnemer een consortium van bedrijven en instellingen verenigd in de Stichting CCS Noord-Nederland: Energy Valley, Gasunie, Groningen Seaports, NAM, NOM, Nuon en RWE.
Wat wordt nu de procedure voor Noord-Nederland?
Het rijk heeft studies laten verrichten naar welke gasvelden in Noord-Nederland potentieel geschikt zijn. De resultaten van die studies (door Gasunie, EBN en TNO) worden op korte termijn verwacht.


Op basis van die studies zal het rijk bepalen welke velden ’in beginsel in aanmerking komen’. Alle betrokken gemeenten en provincies (en de Tweede Kamer) worden tijdig over de studies en de keuze van het rijk geïnformeerd.


De volgende stap is aan ’de initiatiefnemers’. Zij moeten bepalen welke van die geselecteerde velden zij laten onderzoeken (o.a. m.b.t. veiligheids- en milieuaspecten).


In het rijksinpassingsplan zal het rijk uiteindelijk toestemming geven om een specifiek gasveld (en het bijbehorende transporttracé) te gebruiken voor CO2-opslag en -transport.
Daardoorheen loopt nog de subsidieaanvraag van het Noorden bij de EU en de gevolgen dat heeft belangrijke gevolgen voor de timing van de procedure. Voor de EU-subsidie moeten de projecten eind 2015 operationeel zijn en eind 2011 zal de Europese Commissie al bepalen welke projecten voor het EU-subsidietraject geselecteerd worden. Een en ander betekent dat al vóór eind 2011 begonnen moeten worden met de formele procedures (mer en vergunningaanvraag).


CO2-opslag is wettelijk aangewezen als een van de ’projecten van nationaal belang’ en valt daarom onder de RijksCoördinatieRegeling (rcr). De rcr is bedoeld om dergelijke projecten in de besluitvorming en de vergunningverlening te versnellen. Voor Noord-Nederland wil het rijk nog dit najaar de procedure voor een plan-MER starten. Dat betekent dat de initiatiefnemers al heel snel met concrete projectvoorstellen moeten komen.


EZ en VROM laten echter nu al weten dat de definitieve keuzes aan het volgende kabinet worden gelaten.


Bron:


Brief EZ en VROM aan de betrokken bestuurscolleges van Noord-Nederland, 27 april 2010