nieuws

08 okt 2007, 11:11

VVD raadslid stelt schriftelijke vragen over langdurige uitkeringsfraude

VVD gemeenteraadslid Joost van Keulen stelt het college van B en W schriftelijke vragen over een opmerkelijke uitkeringsfraude. Daarbij gaat het om een bedrag van 100.000 euro. In zijn weblog op de Digitale Stad Groningen laat hij weten zich af te vragen hoe het mogelijk is dat de zaak in die zeven jaar niet eerder werd opgemerkt door de gemeente. Hieronder de toelichting van Van Keulen:

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

“Hoe kan het dat iemand de gemeente meer dan zeven jaar lang kan bedonderen? En voor een bedrag van bijna €100.000,-? Doet het college wel genoeg om uitkeringsfraude te bestrijden en te voorkomen, of moet er misschien meer gebeuren? Ik vond dit wel een geschikt moment om mijn eerste setje schriftelijke vragen in te leveren bij het college. Sociaal beleid kan per slot van rekening niet alleen gaan over het weggeven van wasmachines…”

De vragen luidden als volgt:

Vandaag werden wij opgeschrikt door een omvangrijk fraudeschandaal met een bijstandsuitkering (zie bijlage, persbericht van 2 oktober). Niet alleen de hoogte van het bedrag (€100.000), maar ook de lange looptijd van de fraudezaak (7 jaar) baren de VVD zorgen. Immers, om voldoende draagvlak te houden voor de sociale voorzieningen, dient misbruik zoveel en zo efficiënt mogelijk te worden bestreden. In genoemd geval is verzuimd een samenwoonsituatie met een partner die een inkomen had op te geven. De gemeente vordert het fraudebedrag terug.

In het collegeprogramma geeft u aan dat u ‘actief de uitkeringsfraude gaat bestrijden’.

Dit leidt ons tot het stellen van de volgende vragen.

1. Op welke wijze wordt de uitkeringsfraude momenteel ‘actief’ bestreden?

2. Heeft u ideeën over de wijze waarop fraude met woonsituaties, zoals omschreven, bestreden kan worden? Zo ja, welke?

3. De gemeente kan geen boete opleggen in geval van fraude met bijstand, maar slechts de hoogte van het fraudebedrag terugvorderen. Is het wél mogelijk om rente te vorderen over het fraudebedrag? Zo ja, bent u het met ons eens dat hiervan gebruikt moet worden gemaakt, om te voorkomen dat de overheid financieel benadeeld wordt?

4. In hoeverre slaagt de gemeente erin om in dergelijke fraudezaken daadwerkelijk terug te vorderen? Blijven de vorderingen in voorkomende gevallen buiten de reikwijdte van de schuldsanering of niet?

5. Kunt u –ter informatie- aangeven of en zo ja hoe vaak het Openbaar Ministerie de afgelopen jaren tot vervolging is overgegaan in fraudegevallen in Groningen?