nieuws

13 okt 2000, 00:12

‘Sex, drugs & strips’: juweeltjes van bijzondere alledaagsheid

Stripmaker èn stripfiguur Barbara Stok deinst niet terug voor het beschrijven van haar zoektocht naar het eerste orgasme. Ook haar bij vlagen verre van geringe alcoholconsumptie blijft niet onbesproken en uitgebeeld in haar getekende werk, dat zowel zware als alledaagse onderwerpen op een prettig grappige manier behandelt. Stok tekent haar complexe bestaan met milde zelfspot en een vrolijk relativerende ondertoon. Hoofdpersoon is altijd Stok zelf. Haar nieuwe album Sex, drugs & strips vliegt overal in Nederland de boekwinkel uit. Een tweede oplage rolt binnenkort van de persen.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

De ontvangst van haar werk door publiek en kritiek is overwegend positief, op het lyrische af. ‘‘Zeldzaam grappig’’, schreef het Nieuwsblad van het Noorden in een dweeprecensie. ‘’Behalve voyeuristisch zijn haar strips vaak bijzonder grappig en zelfrelativerend’’, meldde de Vlaamse krant De Standaard. De verzamelbundel Barbaraal tot op het bot werd door het Stripschap genomineerd voor het Beste Nederlandse Album van 1999. Haar strips verschijnen in onder meer het blad voor jonge vrouwen One, de glossy Blvd. en het CJP Magazine.
Na de middelbare school studeerde Barbara Stok een jaar journalistiek in de Verenigde Staten. In Den Haag studeerde zij korte tijd aan de Haagse fotoacademie. Ze schreef en fotografeerde vervolgens een aantal jaren voor Groningse kranten. ‘‘Schrijven heb ik altijd leuk gevonden. Maar na twee-en-een-half-jaar was ik flauw van werken, een veertigurige baan, ik deed het tegen mijn zin’’, stelt ze. ‘‘Je hebt maar één leven, je moet zoveel mogelijk dingen doen waar je zelf achterstaat.’’
Ze nam ontslag en stortte zich full time op het stripmaken, waarmee ze in 1995 mee was begonnen. ‘’Het stelde toen nog niet veel voor’’. Stok begon bij De Groninger Studentenkrant: ‘‘Dat was de eerste keer dat ik ergens in publiceerde. Ik maakte korte strips, en had maar weinig ruimte, daar kan ik niet zoveel mee. Ik heb minstens een pagina nodig.’’ Bij dit blad bleef ze uiteindelijk maar kort.
Stok is in haar werk zeer openhartig over haar privé-leven. Niet alleen seksuele sores, maar ook andere intieme zaken staan letterlijk zwart op wit. Staat ze er bij stil dat een steeds groter wordend publiek haar leven meeleest? ‘’Het maakt me niet uit of mijn publiek groot of klein is, of dat er mensen zijn die me niet kennen en nu allerlei privé-dingen van me te weten komen. Vanaf het begin waren er onbekenden onder mijn lezers. Ik kan me moeilijk voorstellen hoeveel er het zijn. Tijdens het tekenen sta ik daar niet bij stil. Ik teken strips over onder meer heel persoonlijke dingen, dus ook over mijn seksleven. Maar ik heb het precies in de hand, ik kan tekenen zoals en wat ik wil. Je kunt het beeld over jezelf bijsturen. In recensies van de eerste boeken las ik dat ik onzeker was, terwijl ik helemaal niet onzeker ben. Daar was ik flauw van. Nu heb ik me bewust wat sterker neergezet.’’
‘’Ik maak iets mee en dan teken ik een verhaal. Vaak wil ik het verhaal veel serieuzer maken dan dat het uiteindelijk op papier komt. De tekeningetjes geven het toch altijd iets grappigs en relativerends’’, stelt de Groningse. ‘’Maar het maakt me eigenlijk niet zo uit wat mensen denken van mijn strips. Bovendien pikt iedereen er zijn eigen dingen uit.’’
Wat nog maar een paar jaar geleden begon met een zelf gekopieerd stripblad met een oplage van honderd exemplaren groeide razendsnel uit tot een goedverkopende strip, met vele duizenden fans. Haar boeken worden bovendien uitgegeven bij een literaire uitgeverij, uitzonderlijk voor ons land. ‘’Dat juist deze uitgever belde is belangrijk. Een literaire strip trekt een ander publiek dan bijvoorbeeld Suske en Wiske. Dat merk ik heel duidelijk. Je wordt voor andere dingen uitgenodigd, zoals het literaire blok van het popfestival Low Lands. Daar word je anders als striptekenaar nooit voor gevraagd, dat zijn toch gescheiden werelden.’’
Met de toetreding tot het fonds van Nijgh & Van Ditmar doorbreekt ze de barrière tussen literatuur en strips, zoals die in Nederland bestaat. ‘’Dat is niet alleen voor mij belangrijk. Er zijn veel strips voor volwassenen, maar die zijn vaak onbekend. Het is belangrijk dat mensen die ontdekken. Supergoed en voor een volwassen publiek. Boeken met literaire waarde, als je dat zo kunt zeggen’’, legt Stok uit in haar huisje aan het spoor van Groningen naar Delfzijl. ‘‘Voor de uitgever was het nieuw, een aanvulling op het boekenrepertoire, maar Van Nijgh en Van Ditmar vindt het zeker ook goed passen bij zijn nieuwe schrijvers. Qua onderwerp paste het erbij.’’ Haar strip sluit niet aan bij de traditionele paginastrips die in Nederland gemaakt zijn. ‘’Ik heb ook geen grap op het einde, op de pagina’s vertel ik een verhaal’’, licht de tekenares toe.
‘‘De eerste stripjes kopieerde ik tien keer en deelde ze uit onder vrienden en die waren enthousiast. ‘‘Hé’, dacht ik, dat slaat aan. Over mijn foto’s was nog nooit iemand zo enthousiast geweest. Ik kwam in die tijd in aanraking met de boeken van de Amerikaan Robert Crumb, de maker van Fritz the Cat. Daar was ik helemaal weg van, het was zo anders dan wat ik kende. Crumb’s stijl stamt een beetje uit de hippietijd. Die herkomst zegt veel over de vorm en inhoud, andere comics hebben niet zo veel gemeen met de werkelijke cultuur, in het bijzonder de jongerencultuur. Het was een geweldige ontdekking dat dat kan.’’
‘‘Ik word helemaal lyrisch van dit soort vaak maatschappijkritische werk. De verhalen van Joe Matt bijvoorbeeld zijn extreem autobiografisch. Hij schildert zichzelf heel negatief af. Zijn leven en werk hebben een wisselwerking met elkaar. Zo schrijft hij gewoon over zijn geheime liefde voor een ander meisje. Zij vriendin ontdekte dit alles pas bij het lezen en ging er vandoor.’’
De door de Groningse bewonderde Amerikanen hebben naast de thema’s die ze aansnijden in hun werk ook met Stok gemeen dat ze zelf de hoofdfiguur zijn. Thema’s als seks en drank worden daarbij nadrukkelijk behandeld. ‘‘En rock ’n roll ook’’, zegt Stok, verwijzend naar de muziekcultuur die vaak terugkeert op de pagina’s.
Achtergrond van de verhalen is doorgaans de stad Groningen. ‘’Dat Groningse element maakt voor de lezers elders in het land niet uit, ik word ook gelezen in bijvoorbeeld Zeeland’’. De herkenning van de verhalen werkt overal, benadrukt ze. ‘’Niemand vindt het toch erg dat veel schrijvers in een kringetje in Amsterdam zitten? Misschien vinden mensen Groningen wel exotisch.’’
Voor sommige opmerkingen over haar werk blijft ze gevoelig. ‘‘Het is irritant dat mijn strip soms als vrouwenstrip wordt omschreven. Ik wilde helemaal niet in een vrouwenblad staan, maar in OOR of zoiets. Maar toen One belde, dacht ik, ik doe het maar, leuk blad.’’
Drank speelt een opvallende rol in het werk, zoals in het verhaal ‘Zomaar een woensdagnacht in de Vera Kelderbar’, waarin dronkenschap en de daarop voortkomende idiote, maar leuke gesprekken, op de hak genomen worden. ‘’Je zult zien…over een tijdje wordt video editing helemaal PC native’’, bralt iemand tegen Barbara, die als reactie op zoveel vaktaal maar verklaart hoe haar haar zo lekker zacht blijft en de fles nogmaals aan de lippen zet.
In ‘Bangmakers’, uit het nieuwe boek wordt de aandacht gevestigd op de vorig jaar ingestelde bewaking met camera’s in de binnenstad van Groningen. ‘’Ik ben tegen dat soort apparaten, want je kunt de overheid nu misschien wel vertrouwen, maar hoe is dat over tien jaar? Wat gaan ze doen met die opnamen?,’’ vraagt ze zich af. ‘’Over dat soort gevoelens van angst en onveiligheid maak ik dan een verhaal.’’
Krijgt ze reacties van vrienden en andere mensen, die tegen wil en dank ‘stripfiguren’ zijn geworden? ‘’Mijn vriend heeft niks te willen’’, lacht de tekenares, ‘’Want hij wist al dat ik autobiografische strips maakte, toen hij me kreeg’’, meent ze. ‘’En ik laat het hem wel even zien; zo van ‘kan dit mee in het boek?’. Hij mag wel zijn veto uitspreken. Maar de omgeving reageert uiteraard. Mijn vader was onlangs op televisie en vertelde dat hij mijn werk ‘vrijmoedig’ vond. Hij leest niet alles, want hij hoeft niet alles van zijn dochter te weten, zei hij’’, glimlacht de Groningse.
’‘Maar mijn strips zijn niet bedoeld als de waarheid, het is mijn visie op het leven en dat is toch logisch? Het is maar mijn kant van het verhaal. En ik kan doen wat ik wil, ik ben de lezer tenslotte niks verplicht. Ik ben nu gewoon iedere dag bezig met het maken van leuke strips’’, stelt ze.
Sex, drugs & strips is inmiddels toe aan een tweede oplage. ‘’Binnen een week was de eerste weg’’, aldus een tevreden Stok. Het publiek van Barbara Stok bestaat veelal uit twintigers, maar ze heeft ook een dominee onder haar aanhang. ‘‘Een stripbewonderaar en ook fan van mij’’.
Naast het stripmaken is het drummen een belangrijke bezigheid voor Stok. Ze timmert aan de weg met de Groningse band ‘The Hockeyrockjes’. Stok zet een plaatje op. Een grote rode schijf draait rondjes. ‘’Naar plaatjes luister je toch anders, je moet hem halverwege omdraaien bijvoorbeeld, dat geeft meer aandacht’’, zegt ze terwijl ze naar de draaitafel kijkt. Bij haar nieuwe boek zit een single met twee unieke nummers, speciaal opgenomen voor bij het boek. ‘’Prachtig’’, zegt ze. ‘’En speciaal voor deze gelegenheid opgenomen’’.
ANDRE SPAANSEN