nieuws

09 jul 2001, 00:12

Prehistorische Groningers hadden zomerhuisjes

Archeologen hebben bij opgravingen aan de oevers van het Groningse riviertje de Hunze resten gevonden van zomerhuisjes van 500 voor Christus. De onderzoekers vermoeden dat boeren uit de omgeving in de zomermaanden de vruchtbare rivierbedding opzochten.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

In de winter woonden ze in hun ‘echte’ huizen op de hoger gelegen zandgronden rond Slochteren. De Groningse stadsarcheoloog G. Kortekaas denkt dat de boeren van daaruit hebben gezocht naar vruchtbaarder gronden voor in de zomer. ,,De oeverwallen van de Hunze zijn dan een logische plek’’, aldus Kortekaas.
De stadsarcheoloog vond naast de resten van houten woningen, opslagruimten en landafzettingen ook bijzondere krassen in de grond. Deze duiden op het gebruik van een landbouwwerktuig die de grond niet alleen doorkliefde, maar ook omploegde. ,,Dit is één van de oudste aanwijzingen voor het gebruik van zo’n soort ploeg in Nederland’’, zegt Kortekaas.