nieuws

18 okt 2000, 00:12

Onderzoek naar haalbaarheid van grasverwerkingsfabriek

Een consortium van zeven bedrijven doet een haalbaarheidsonderzoek voor een eerste fabriek voor de verwerking van gras. Het onderzoek is een vervolg op het in juni afgeronde onderzoeksproject van AVEBE voor grasverwerking. Het consortium staat onder leiding van de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM).

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

In het project wordt het verwerkingsproces van gras tot in detail onderzocht. Het pakket basis-producten dat uit de verwerking moet voortvloeien bestaat uit grasvezel (voor hoogwaardige toepassingen in de potgrondfabricage en breed toepasbaar constructiemateriaal), graseiwit en grassap-concentraat (beide geschikt voor diervoedertoepassingen).
Het grote voordeel van het eiwitproduct is dat het een hoogwaardig eiwit is met weinig minerale last. Bovendien wordt de import van stikstof, fosfor en kalium uit het buitenland beperkt door een reductie op de import van sojaschroot. Ook zal worden onderzocht of deze hoogwaardige eiwitten toepasbaar zijn in menselijke voedingsmiddelen. Potentiƫle afnemers tonen grote belangstelling voor dergelijke producten, met name door de positieve milieu-effecten van de procesvoering.
Op grond van de resultaten van het onderzoek zal een businessplan worden opgesteld. Eind 2001 moet het definitieve besluit voor de bouw van de fabriek worden genomen. De eerst geplande kleinschalige fabriek zal 15 miljoen gulden gaan kosten, een tweede, grotere fabriek veertig miljoen. Samen zijn de twee fabrieken goed voor 100 directe arbeidsplaatsen.
Naast de zeven bedrijven hebben diverse instanties hun medewerking toegezegd, waaronder LNV-Noord dat het concept van bio-raffinage vindt passen in de beleidsstrategie van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Het hele project kost twee miljoen gulden. De zeven bedrijven delen de kosten.