Door Paul Grimmius
De Oosterpoort wordt niet gesloopt maar gerenoveerd en opgewaardeerd. Een verstandig besluit van het nieuwe college. Maar nog voor die inkt droog is, dient exact hetzelfde vraagstuk zich aan voor Martiniplaza. Verhuizen naar het Suikerterrein: ja of nee? Opnieuw dreigt de discussie zich te beperken tot die ene vraag, terwijl de echte vragen niet gesteld worden.
Ik begrijp de ambitie voor een nieuwe Martiniplaza. Maar de vraag is te zwart-wit. Er zijn contracten tot 2030 met de huidige ondernemers op het Suikerterrein, en dus wordt er bestuurlijk geredeneerd alsof er een clean sheet ligt. Alsof elf jaar gemeenschapsopbouw, cultureel ondernemerschap en maatschappelijke investering er niet toe doen. Dat is een misvatting die ik veel te vaak tegenkom in dit soort discussies. Het is tijd om die hardop te benoemen.
Waarom slagen steden er niet in om dit soort vakmanschap en creativiteit structureel te faciliteren, in plaats van het te zien als tijdelijke oplossing? Na de economische crisis van 2008 kwamen door het hele land grote fabrieksterreinen leeg te staan die vervolgens voor lange tijd ’tijdelijk’ benut mochten worden door creatieve makers.
Dat kenden we daarvoor niet. Placemaking ging meestal over kortere periodes van een jaar of vijf, waarbij het opbouwen van maatschappelijke waarde nauwelijks aan de orde was. Maar op het Suikerterrein is in de afgelopen elf jaar iets bijzonders gegroeid. Die waarde verdwijnt niet zomaar als de contracten aflopen.
Dan is er nog iets wat zwaar meeweegt voordat je überhaupt over verhuizen zou mogen praten. De CO₂ die opgeslagen zit in het huidige gebouw van Martiniplaza is waarschijnlijk zo’n 15.000 ton. Bij de schaduwprijs die de Provincie Utrecht hanteert voor dit soort beslissingen gaat het om ruim 13 miljoen euro aan CO₂-schade die bij sloop simpelweg verloren gaat en dubbelop telt als je nieuw gaat bouwen.
Bovendien is renovatie in de meeste gevallen 10 tot 30 procent goedkoper dan sloop en nieuwbouw, en 20 tot 50 procent klimaatvriendelijker. Ik ben uitgesproken tegen slopen en voor het regenereren van dit soort gebouwen. Er zou eerst serieus onderzocht moeten worden wat een grondige herontwikkeling van het huidige gebouw oplevert!
Maar als de argumenten voor een verhuizing uiteindelijk sterk genoeg zijn, dan zijn er wel mogelijkheden. Mits het de opgebouwde waarden op het Suikerterrein versterkt in plaats van verdringt. Dat kan uitsluitend door samen op te trekken. Niet een kant-en-klaar blokkendoosgebouw neerzetten en de bestaande ondernemers figuurlijk de deur wijzen, maar out-of-the-box denken.
Circulair bouwen met de materialen van de huidige Plaza, zalen delen met bestaande initiatieven, een theaterzaal aan het Zeefgebouw vastbouwen en er een echt iconisch architectonisch statement van maken. Zo kan een verhuizing iets toevoegen aan wat er al is, in plaats van het weg te concurreren. Er zijn genoeg architecten in Groningen die daar wel raad mee weten.
Laten we het deze keer anders aanpakken. Niet top-down, maar in gezamenlijkheid. Met erkenning van de opgebouwde waarden op het Suikerterrein. Met een eerlijke CO₂-afweging die ook meetelt in de businesscase. Met lef om te vernieuwen zonder te vernietigen wat er al is. De Oosterpoort heeft laten zien dat het anders kan. Nu is het aan Martiniplaza.
Paul Grimmius
Paul Grimmius is directeur van gebiedscoöperatie De SuikerBiedt en eigenaar van The Art of Anomaly van waaruit hij zich inzet voor een circulaire economie.




