nieuws

25 apr 2008, 14:02

Imca Marina krijgt lintje in eigen huis

Met haar handen voor de mond geslagen en volledig verrast aanschouwde Imca Marina vrijdagochtend hoe een stoet auto's onder politie-escorte het terrein van haar Oldambster Heerd in Midwolda opreed. Even later stond de zaal vol vrienden en bekenden, die er getuige van wilden zijn dat de zangeres, horecaonderneemster, ambtenaar van de burgerlijke stand en vooral diva, zonder dat ze het vooraf wist, geridderd zou worden in de Orde van Oranje Nassau.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Vooraf hadden de gasten zich verzameld bij een tearoom elders in het dorp, om opeen aangegeven tijdstip in colonne naar Marina’s heerd ‘De Vicarie’ te togen. Dierbaren als Jacques d’Ancona, Vivian Boelen en kunstenares en buurvrouw Maya Wildevuur reden voorop om Marina als eerste te verrassen.

Burgemeester Truida Jonkman van de gemeente Scheemda had de eer om op deze ietwat ongebruikelijke locatie het lintje uit te reiken aan Marina, die geboren is als Hendrikje Imca Bijl. Maar volgens Jacques d’Ancona was haar eigen huis nou eenmaal de uitgelezen plaats. "Zo’n diva, zo’n vedette, die laat je niet naar het gemeentehuis komen.”

Ook de burgemeester haakte in op de stijl van Marina. "Zij is iets extraverter dan de gemiddelde Oost-Groninger”, aldus Jonkman met een knipoog. "Maar dankzij haar doortastendheid heeft ze hier wel een schitterende horecagelegenheid en trouwlocatie opgezet waar elke huwelijksvoltrekking die zij doet, een show zijn.” Jonkman was dan ook vol lof over de maatschappelijke functie van Marina, die volgens de burgemeester bovendien elke gelegenheid aangrijpt om Oost-Groningen te promoten. Genoeg reden voor een lintje, zo vond zij toen ze deze aanvroeg bij het Kapittel voor de Civiele Orden.

De kersverse Ridder zelf was blij verrast met haar onderscheiding. "Ik had het niet verwacht, en zou niet weten wat ik gedaan heb wat ik niet zou hebben moeten doen om deze onderscheiding te mogen ontvangen”, aldus een blije Marina. "Ik hoop dat ik het lintje waard mag blijven.”