nieuws

20 sep 2000, 00:12

Groninger Museum komt met ‘Topografica Groningana’ uit 18e eeuw

Het Groninger Museum komt met een opmerkelijke tentoonstelling over de achttiende eeuwse topografie in Groningen.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

In de loop van de 18e eeuw wilden steeds meer mensen in Nederland weten hoe hun wereld er uit zag. Daarom waren er kunstenaars die niets anders deden dan rondreizen om stads- en dorpsgezichten te tekenen. De tekeningen werden vaak gebruikt voor gravures, die in boeken werden gepubliceerd of als losse plaat gebruikt. Sommige afbeeldingen komen regelmatig onder de aandacht als reproductie in boek, ansicht of poster, maar de kwetsbare en lichtgevoelige originelen zijn echter maar zelden te zien. Het Groninger Museum toont van 16 september t/m 17 december 2000 deze Topografica Groningana.
Het beeld dat van het achttiende-eeuwse Groningerland bestaat berust grotendeels op de tekeningen van de landelijke bekende Amsterdamse tekenaar Cornelis Pronk (1691-1759) en de Groninger Jan Bulthuis (1750-1801). Maar andere kunstenaars voegden daar beelden aan toe, zoals de in Groningerland geboren kunstenaars Theodorus Beckering (1712 - 1790), Egbert van Drielst (1745 - 1818), Hermannus Numan. (1744 - 1820) en Hendrik Lofvers (1739 - 1806). Hollanders als Aart Schouman ( 1710 - 1792) en Jacobus Versteegen (1735 - 1795) werkten eveneens in onze provincie.
Topografische tekeningen van de stad Groningen zijn schaars, die van de provincie zeldzaam. Voor de 18e eeuw vormt de collectie van het Groninger Museum vrijwel het enige origineel beeldend materiaal dat is overgebleven. Het merendeel hiervan is op de expositie te zien. Veel van wat op de tekeningen te zien is, verdween in de loop van de tijd: het raad- en wijnhuis, de stadspoorten, het aangezicht van de Grote Markt of het Martinikerkhof. Andere bouwsels zoals de Martinitoren of de verschillende gasthuizen zijn nog bijna onveranderd aanwezig. De entourage op de afbeeldingen, zoals omliggende bebouwing en vervoermiddelen (kar en trekschuit), maar ook de kleding van de afgebeelde personen, geven een tijdsbeeld weer. Dat geldt voor de stad, maar eveneens voor de provincie. Oude beelden van de borg Farmsum, de kerk van Scharmer of de wierde Ezinge zijn uniek geworden, want borg en kerk zijn gesloopt en de wierde afgegraven. De tentoonstelling laat zo vervlogen maar toch vertrouwde beelden zien uit oude tijden.