Innovatie

RUG-archeologe laat zien wat Nederlanders eeuwen geleden aten aan de hand van beerputresten

Wat aten Nederlanders tussen 1500 en 1850? Archeologe Merit Hondelink van de Rijksuniversiteit Groningen onderzocht dit aan de hand van vondsten uit beerputten in heel Nederland en promoveert op dit onderwerp op 24 september. 


Leestijd: 1 minuut

Hondelink is als archeoloog gespecialiseerd in archeobotanie, waarbij plantenresten uit archeologische opgravingen worden bestudeerd. Voor haar promotie onderzocht ze vondsten uit beerputten in heel Nederland: onder andere resten van zaden en vruchten. Daarnaast onderzocht ze kookboeken, keukenrekeningen en een herbarium.

Hondelink trekt een duidelijke conclusie: tussen 1500 en 1850 bleven eetgewoonten behoorlijk hetzelfde in Nederland. Er kwamen weliswaar nieuwe ingrediënten bij, en culinaire trends veranderden wel, maar de basis bleef hetzelfde, vertelt Hondelink. Op het menu stonden vooral graanproducten, lokaal fruit en groenten als pastinaak, tuinboon, biet en verschillende soorten kool.

Pas vanaf de achttiende eeuw gingen Nederlanders op grote schaal aardappels eten. Langzamerhand ontstond het aardappel-vlees-groentemenu. “ Eigenlijk zijn we pas sinds vijftig jaar wezenlijk anders gaan eten,” zegt Hondelink. ‘Onze overgrootouders en grootouders aten het menu van de 18-eeuwers.” Ook werd in de loop van de achttiende eeuw rietsuiker op grotere schaal beschikbaar. “ Dan gaan mensen massaal snoepen. Dat zien fysisch antropologen ook in de gebitten terug, die werden slechter.” 

Meer over het onderzoek is te vinden op de website van de Rijksuniversiteit Groningen.