In beeld

Moestuinieren op Groningse grond: waarom de bodem het halve werk is

Wie in Groningen groenten wil telen, merkt vroeg of laat dat de grond hier niet overal hetzelfde is. Op het Hogeland spit je door zware zeeklei, in de Veenkolonien door donkere dalgrond en in het Westerkwartier door los zand. Dat verschil bepaalt meer van je oogst dan het merk zaad dat je kiest. In dit artikel lees je welke grondsoorten in de provincie voorkomen, hoe je herkent wat je zelf in de tuin hebt, wat je eraan kunt doen, wanneer telen in bakken verstandiger is en waar je op let als je grond koopt. Tot slot volgt kort wat het Groningse klimaat betekent voor je planning.


Leestijd: 6 minuten

De Groningse bodem is niet overal dezelfde

De provincie is in de loop van duizenden jaren opgebouwd uit heel verschillende lagen. In het noorden zette de zee klei af, in het zuidoosten groeide veen dat later is afgegraven en waar de zandondergrond met veenresten werd vermengd, en langs de oude zandruggen bij Haren en het Westerkwartier ligt schrale zandgrond. Wie in een nieuwbouwwijk woont, heeft vaak weer iets heel anders onder de graszoden liggen: aangevoerd ophoogzand dat door bouwverkeer stevig is aangedrukt.

In de praktijk betekent dat een tuinier in Uithuizen met andere problemen worstelt dan iemand in Leek. De een klaagt over grond die na een bui aan de laarzen blijft plakken, de ander over bedden die na drie warme dagen kurkdroog zijn. Beide klachten zijn op te lossen, maar niet met dezelfde aanpak.

GrondsoortWaar je die in Groningen vooral tegenkomtWaar je in de moestuin op let
ZeekleiHet Hogeland, Fivelingo en de streek rond Delfzijl en AppingedamVoedselrijk, maar zwaar en lang koud in het voorjaar. Bewerk de grond nooit als die nat is.
Dalgrond (veenkoloniaal)Veendam, Stadskanaal, Pekela en de KanaalstreekDonker en luchtig, maar arm aan voeding. Jaarlijks organische stof aanvullen.
ZandgrondHet Westerkwartier, Haren en Zuidlaren en de zandruggen rond de stadWarmt snel op, maar water en voeding spoelen weg. Mulchen helpt.
Opgebracht zandNieuwbouwwijken en recent aangelegde tuinenVaak verdicht en levenloos. Los maken en opbouwen, of kies voor bakken.

Zo kom je erachter wat je zelf hebt

Je hoeft geen bodemonderzoek te laten doen om een eerste indruk te krijgen. Twee eenvoudige proeven vertellen al veel.

  • De rolproef: neem een handvol vochtige grond en probeer er een dun rolletje van te draaien. Lukt dat en blijft het rolletje heel, dan zit er veel klei in. Valt het meteen uiteen, dan overheerst zand.
  • De waterproef: graaf een gat van ongeveer dertig centimeter diep en giet het vol water. Is het na een uur nog niet weggezakt, dan heb je te maken met een slecht doorlatende laag.

Let daarnaast op wat er vanzelf groeit. Paardenbloem en kweek doen het overal, maar veel akkerpaardenstaart en boterbloem wijzen op natte, dichte grond. Dat is geen exacte wetenschap, maar het geeft richting.

Zware klei geschikt maken voor groenten

Klei is van zichzelf rijk aan voeding en houdt vocht goed vast. Het probleem zit in de structuur. De belangrijkste regel die ik in al die jaren heb geleerd, is deze: blijf van natte klei af. Loop je erover of steek je de spade erin terwijl de grond plakt, dan druk je de luchtholtes dicht en werk je maanden aan structuur weg.

Wat wel helpt, is elk jaar organische stof aanbrengen. Goed verteerde compost of stalmest maakt de klei op den duur kruimeliger, omdat het bodemleven de deeltjes aan elkaar plakt tot grotere korrels. In het najaar ruw omspitten en de vorst het werk laten doen is een oud gebruik dat nog steeds werkt: bevriezend water zet uit en breekt de kluiten vanzelf. En loop je er structureel tegenaan dat het bed te lang nat blijft, overweeg dan verhoogde bedden. Twintig centimeter extra hoogte maakt het verschil tussen wortelrot en een normale oogst.

Zand en dalgrond juist water laten vasthouden

Op zandgrond en dalgrond speelt het omgekeerde. De grond is makkelijk te bewerken en warmt in het voorjaar snel op, wat een voorsprong geeft bij vroege gewassen. Maar water zakt er zo doorheen en neemt de voeding mee. Sla en spinazie schieten dan door, kolen blijven achter.

Ook hier is organische stof het antwoord, alleen om een andere reden: die werkt als een spons. Verder loont mulchen. Een laag gemaaid gras, stro of houtsnippers tussen de rijen houdt de bovenlaag vochtig en scheelt in droge zomers veel gieten. Voed liever vaker een beetje dan eenmaal veel, want wat de planten niet direct opnemen, is na een flinke bui verdwenen.

Wanneer telen in bakken de betere keuze is

Soms is de grond onder je voeten simpelweg niet geschikt, of is er nauwelijks grond. Denk aan een betegelde stadstuin in de Oosterparkwijk, een balkon, of een nieuwbouwtuin waar het aangevoerde zand nog nergens op lijkt. In die gevallen bouw je je eigen bodem op in een moestuinbak of in potten.

Voor groenten kies je dan moestuingrond, die is samengesteld op de zwaardere voedingsbehoefte van gewassen als tomaat, courgette en boon. Voor kruiden, bloembakken en het opkweken van jonge plantjes volstaat universele potgrond prima. Houd er wel rekening mee dat de voeding in een zak grond meestal na zes tot acht weken op is. Daarna moet je bijvoeden, anders vallen de planten halverwege het seizoen stil.

Een bak vraagt ook meer water dan de volle grond, zeker als hij op een warme plek staat. Vul de bak niet tot de rand, maar laat een paar centimeter over, zodat het gietwater niet meteen over de zijkant loopt.

Waar je op let als je grond koopt

Zakken grond zien er in de winkel allemaal ongeveer hetzelfde uit. Er zijn een paar dingen die het verschil maken. Kijk allereerst of er een keurmerk op staat. Het RHP-keurmerk stelt eisen aan onder meer zuiverheid, luchtgehalte en zuurgraad, en betekent dat de inhoud daadwerkelijk overeenkomt met wat op de verpakking staat. Kijk daarnaast of de grond turfvrij is. Turfwinning tast veengebieden aan, en turfvrije mengsels op basis van houtvezel, kokos en compost zijn inmiddels goed genoeg om er gewoon groenten in te telen.

Reken tot slot even uit hoeveel je nodig hebt. Vermenigvuldig lengte, breedte en hoogte van je bak in decimeters en je hebt het aantal liters. Een bak van twee bij een meter met een vulhoogte van dertig centimeter vraagt dus zeshonderd liter. Dat zijn al gauw vijftien zakken van veertig liter, en dan is een grootverpakking of pallet vaak voordeliger dan losse zakken sjouwen.

Het Groningse seizoen loopt net iets anders

Groningen ligt open en dicht bij zee. Dat betekent wind, en op de kleigronden een voorjaar dat traag op gang komt omdat natte klei langzaam opwarmt. Wie hier te vroeg zaait, kijkt tegen kale bedden aan terwijl in het zuiden van het land alles al boven staat. Wacht liever tot de grond een graad of tien is en voel dat gewoon met je hand. Bij aardappelen speelt dat sterk, want die vragen om het juiste moment om te poten en om bescherming tegen late nachtvorst.

Een windsingel, een schutting of een rij bonen aan de noordkant scheelt bovendien meer dan mensen denken. Planten die de hele dag staan te wapperen, verdampen veel en groeien traag.

Wat ik na al die jaren zou meegeven

Een goede bodem bouw je niet in een seizoen op. Wat wel werkt, is elk jaar een beetje toevoegen en zo min mogelijk verstoren. Het bodemleven doet daarna het meeste werk voor je, mits je het met rust laat en op tijd voedt.

En als de grond in je tuin echt niet meewerkt, is dat geen reden om ermee te stoppen. Een enkele bak met goede grond op een zonnige plek levert nog altijd meer sla, kruiden en tomaten op dan een perfect uitgedachte moestuin die nooit is aangelegd.