Op het moment van spreken is Janette Bosma net twee maanden wethouder Economische Zaken in Groningen. Dat klopt trouwens niet helemaal, verduidelijkt ze meteen. “Niet lang na de officiële installatie van het college, eind juni, hadden we meteen zomerreces.” Vakantie dus, tot half augustus. “Ergens vond ik dat eigenlijk wel jammer, omdat ik vol energie zat om direct aan de slag te gaan”, vertelt ze in de fysieke Groninger Ondernemers Courant.
Inmiddels zit het reces er al een paar weken op. Weken die voor Bosma in het teken stonden van veel handen schudden, inlezen, ontmoetingen en werkbezoeken. Het was ook de tip die haar voorganger Carine Bloemhoff nog meegaf: “Ga in het begin zoveel mogelijk rondkijken.” Een advies dat Bosma ter harte nam. “Ik kom bij steeds meer bedrijven over de vloer. Ontzettend leuk vind ik dat. Leuk om de diversiteit te zien, maar ook om te ervaren hoe betrokken ondernemers zijn. Niet alleen bij hun eigen bedrijf, maar ook bij hun straat, bedrijventerrein of dorp.”
Die eerste kennismakingen zijn voor haar belangrijk. Bosma wil niet alleen vanaf het stadhuis bedenken wat ondernemers nodig hebben, maar vooral ook zelf zien en horen waar zij tegenaan lopen. “Je merkt dat iedere ondernemer weer met andere dingen bezig is. Tegelijkertijd zijn er ook veel overeenkomsten. Ondernemers willen ruimte om te ondernemen, duidelijkheid en een gemeente die meedenkt.”
Janette Bosma is lid van de Partij voor de Dieren. Niet direct een partij die je associeert met Economische Zaken, hoorde ze afgelopen tijd regelmatig. Onterecht, vindt Bosma, die bij de onderhandelingen had aangegeven het liefst deze portefeuille te hebben. “We zetten met het coalitieakkoord in op een economie die goed is voor de toekomstige generaties. Duurzaam, weerbaar en onafhankelijk van internationale grootmachten.” Vanuit die gedachte zet het college komende jaren vol in op lokale ondernemers. “Bijvoorbeeld door het ondersteunen van lokale initiatieven als Lutje Lokaal en het stimuleren van een kortere voedselketen.”
Idealistische inslag
Voor Bosma betekent een sterke economie dan ook niet alleen zoveel mogelijk economische groei. Het gaat volgens haar ook om de vraag hoe die economie er over tien, twintig of dertig jaar uitziet. “Je wilt dat bedrijven hier kunnen blijven ondernemen, met een economie die goed is voor alle groepen van de samenleving, volgende generaties en onze gezondheid. Groningen moet een fijne plek blijven om te wonen en te werken.”
Bosma heeft naast Economische Zaken ook Natuur en Cultuur in haar portefeuille, geen toevallige combinatie. “Groningen heeft met evenementen als ESNS en Noorderzon een geweldig cultureel aanbod, en tegelijkertijd ook veel groen. Dat bij elkaar maakt een gemeente tot een aantrekkelijke plek om te wonen en te werken, en daarmee ook tot een aantrekkelijke vestigingslocatie voor bedrijven.”
Haar idealistische inslag én haar voorliefde voor ondernemerschap kreeg ze van huis uit mee. “Denk niet alleen aan jezelf, maar vooral aan anderen”, leerde ze. Haar moeder was ambtenaar; het ondernemende kreeg ze mee van haar vader, die een verhuurbedrijf in de bouwsector heeft. “In mijn opvoeding heb ik geleerd om aan te pakken, door te pakken en het werk altijd te zien liggen. Ik kreeg mee om oplossingen te zoeken in plaats van alleen problemen te benoemen. Geen ellenlange vergaderingen, maar direct tot de kern. Dat neem ik mee in de politiek.”
Als wethouder wil ze graag toegankelijk, positief, transparant en duidelijk zijn. “Er liggen de komende jaren heel wat uitdagingen. Veiligheid, netcongestie, kostenstijgingen, klimaatverandering, druk op de openbare ruimte. In de praktijk kan het betekenen dat er keuzes moeten worden gemaakt. Dan wil ik transparant zijn; uitleggen waar beslissingen vandaan komen.”
Ze wijst ter illustratie op de bedrijventerreinen. “De ruimte die we daar hebben wordt steeds beperkter, we komen letterlijk tegen de grenzen aan te zitten. Dat dwingt in de toekomst wellicht tot keuzes: voor welke ondernemingen is er ruimte, en hoe kunnen we die schaarse ruimte zo goed mogelijk benutten?”
Culturele Hoofdstad 2033
Uitdagingen zijn er dus genoeg, maar dromen ook. Met stip op één staat de titel Culturele Hoofdstad van Europa in 2033. Groningen doet een serieuze gooi; het bidbook is dan ook in de maak. Bosma heeft er alle vertrouwen in dat de titel naar Groningen komt. “Natuurlijk”, klinkt het vastbesloten. “We hebben hier alles in huis. Festivals als ESNS, Noorderzon, theatergroepen als de Noorderlingen, veel jonge en creatieve talenten en dan hebben we ook nog het unieke Ommeland.” Als wethouder is Bosma van plan zich extra hard te maken voor het binnenslepen van de titel. “Het is goed als al het moois uit onze stad en regio vaker zichtbaar wordt. En dat we de rest van de wereld kunnen laten zien wat we hier in huis hebben.”
Economisch zou het in ieder geval zeer interessant zijn. De laatste keer dat de titel naar een Nederlandse stad ging, was in 2018, toen Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa was. Die deelname leverde naar schatting tussen de 230 en 320 miljoen euro op. Voor Bosma zit de waarde echter niet alleen in het economische effect. “Zo’n titel, een jaar lang, brengt bedrijfsleven en cultuur dichter bij elkaar.”
En misschien is dat wel precies waar ze als wethouder Economische Zaken naartoe wil: een Groningen waarin economie, cultuur, natuur en ondernemerschap elkaar versterken. “We hebben ontzettend veel om trots op te zijn. Daar mogen we best wat vaker en wat harder over vertellen.”
Fotografie: Jan Buwalda




