Nieuws

Tussenevaluatie Nationaal Programma Groningen: wel mooie projecten, weinig echte resultaten

Net Nationaal Programma Groningen heeft gezorgd voor veel mooie initiatieven en projecten in het aardbevingsgebied, maar tegelijkertijd is er weinig samenhang tussen deze projecten en de gewenste inhaalslag op de rest van Nederland blijft vooralsnog uit.
Dat blijkt uit de tussenevaluatie over de effecten tot nu toe.


Leestijd: 2 minuten

Groningers tijdens de Fondsendag_Foto | Ronnie Zeemering
Groningers tijdens de Fondsendag_Foto | Ronnie Zeemering

Nationaal Programma Groningen begon in 2019 om te werken aan een betere toekomst voor Groningers na de aardbevingsproblematiek van de laatste decennia. Het programma loopt tot 2030 en het rijk stelde 1,18 miljard euro beschikbaar. In 2025 is er een tussenevaluatie uitgevoerd door KplusV, Sociaal Planbureau Groningen en Aletta Advies, waarbij gekeken is naar de periode van 2019 tot en met 2024. De evaluatie moest uitwijzen of het programma op koers ligt en wat dit betekent voor de resterende looptijd.

Weinig samenhang

Uit die evaluatie blijkt nu dus dat echte samenhang tussen de losse projecten er nog niet is, althans niet programmabreed. Hoewel de brede welvaart op een aantal punten wel is verbeterd in Groningen, is er nog geen sprake van een inhaalslag op de rest van het land.

Ook blijkt uit de evaluatie dat de nadruk wel heel erg ligt op pilots. Zonder dat die pilots vervolg krijgen leiden ze ‘onvoldoende tot tot structurele effecten op de brede welvaart.’ Daarnaast ontbreekt een gezamenlijke strategie om verschillende geldstromen met elkaar te verbinden. Daardoor is het ook moeilijk om extra geld aan te trekken. Verder worden er wel lessen opgedaan binnen projecten, maar die lessen vertalen zich niet op projectniveau.

En tot slot zijn er een aantal externe factoren die voor vertraging in de uitvoering zorgen: inflatie, stijgende bouwkosten en personeelstekorten.

“Bij de start is bewust gekozen voor lokale programma’s in de gemeenten in het aardbevingsgebied”, zegt bestuursvoorzitter Chris Fonteijn. De bedoeling was om op deze manier daar te investeren waar de gevolgen voor inwoners het grootst zijn. Volgens Fonteijn is dankzij deze aanpak is lokaal veel energie ontstaan om samen met Groningers projecten uit te voeren.” Het evaluatierapport bevestigt dit. “De keerzijde is dat de samenhang vooral ontstaat op lokaal- en projectniveau en minder op programmaniveau. Daardoor had de totale impact groter kunnen zijn,” aldus Fonteijn.

Adviezen

In de evaluatie worden ook adviezen voor de resterende looptijd gegeven. Een daarvan is om een samenhangende investeringsstrategie te ontwikkelen voor de resterende middelen en deze af te stemmen met andere programma’s, zoals de Sociale en Economische Agenda van Nij Begun;

Een ander advies is om de ondersteuningsinfrastructuur te versterken om uitvoeringsrisico’s, zoals vertraging door personeelstekorten, te beperken. Ook word het aangeraden om een centrale structuur in te richten om lessen echt mee te nemen, zodat die in leiden tot tijdige bijsturing.