Nieuws

Topadvocate: 'Schuiling maakt grote kans als hij in cassatie gaat'

De Groningse oud-burgemeester Koen Schuiling maakt grote kans op vrijspraak wanneer hij in cassatie gaat bij de Hoge Raad, betoogt de Amsterdamse advocate Veerle Hammerstein. De uitspraak van het Gerechtshof die hem vorige week in hoger beroep veroordeelde, is volgens haar aanvechtbaar. Want Schuiling werd veroordeeld op grond van de verklaring van één getuige. En het feit dat diezelfde getuige ook een geluidsopname had, verandert dat niet.


Leestijd: 2 minuten

Hammerstein is gespecialiseerd in bewijsvoering. Ze schreef een opiniestuk in Het Parool. Ook was ze vanmorgen te zien in het televisieprogramma Goedemorgen Nederland van WNL.

Daar stelde ze dat Schuiling zeker kans maakt om te winnen wanneer hij in cassatie gaat. De Hoge Raad beoordeelt of het Gerechtshof het recht vorige week goed heeft toegepast en de uitspraak voldoende juridisch heeft gemotiveerd. De Hoge Raad beoordeelt de feiten niet opnieuw.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde Schuiling vorige week voor schennis van de eerbaarheid. Een vrachtwagenchauffeur had verklaard dat hij de oud-burgemeester achter het stuur van zijn auto zag masturberen. Schuiling ontkent dat. Volgens hem had hij vanwege medische klachten zijn broek losgemaakt en over zijn buik gewreven om de pijn te verlichten.

Hammerstein wijst erop dat de vermeende seksuele handeling door één getuige is waargenomen. Een tweede getuige die de handeling zag, ontbreekt. Ook zijn er geen camerabeelden van het incident.

Steunbewijs

Het hof oordeelde dat er voldoende steunbewijs was voor de verklaring van de vrachtwagenchauffeur. Daarbij verwees het onder meer naar een geluidsopname waarop de chauffeur Schuiling kort na het incident met zijn waarneming confronteert. Ook woog mee dat Schuiling heeft verklaard dat hij naast de vrachtwagen reed, dat de binnenverlichting van zijn auto brandde en dat zijn buik ontbloot was.

Volgens Hammerstein leveren deze omstandigheden echter geen doorslaggevende bevestiging op van de beschuldiging. De geluidsopname bevat volgens haar geen bevestiging van de waarneming door de vrachtwagenchauffeur. De omstandigheden die Schuiling zelf heeft erkend, passen bovendien ook bij diens verklaring dat hij vanwege pijn over zijn buik wreef.

Daarmee rijst volgens de advocaat de vraag in hoeverre het steunbewijs daadwerkelijk onderscheid maakt tussen de twee lezingen van het incident. Dat een ontbloot bovenlichaam past bij de beschuldiging, betekent volgens haar niet dat dit scenario daardoor aannemelijker wordt dan de alternatieve verklaring van Schuiling.

Bewijslast bij het Openbaar Ministerie

Hammerstein stelt dat het afwijzen van de verklaring van een verdachte niet automatisch het bewijs oplevert voor de beschuldiging. Ook wanneer een alternatieve verklaring vragen oproept, blijft het aan het Openbaar Ministerie om de schuld te bewijzen. De verdachte hoeft zijn onschuld niet aan te tonen.

Haar kritiek richt zich daarmee niet primair op de vraag wat Schuiling in zijn auto heeft gedaan, maar op de manier waarop het hof het bewijs heeft beoordeeld. De zaak raakt volgens haar aan een fundamenteler punt: of het beschikbare bewijs voldoende grond biedt om de ene lezing boven de andere te verkiezen.