nieuws

20 feb 2001, 00:12

Regionaal Tuchtcollege: arts die tbc voor longkanker aanzag niet fout

De ‘trieste en bizarre gang’ die een Friese patiënt (74) moest doormaken nadat bij hem ten onrechte longkanker was vastgesteld, valt de behandelend arts niet te verwijten. Dit stelt het Regionaal Tuchtcollege te Groningen. De patiënt dacht dat hij ongeneeslijk ziek was en bereidde euthanasie voor, terwijl hij leed aan het behandelbare open tbc. Het Tuchtcollege meent dat een tegen de arts ingediende klacht ongegrond is. ,,Met alle begrip voor de gevoelens van klager en zijn naaste familieleden’’, benadrukt ze.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

In februari 1998 werd door een arts van Ziekenhuis De Tjongerschans te Heerenveen kankertumoren in de linkerlong vastgesteld. De arts besloot geen op de tumor gerichte behandeling toe te passen en de huisarts kreeg opdracht de tot dan toe voorgeschreven medicatie voort te zetten. De patiënt, die dacht nog zes maanden te leven te hebben, heeft onder meer een familiefeest gehouden en zette stappen met het oog op euthanasie. De aangeklaagde arts werd overigens niet op de hoogte gesteld van de euthanasieplannen. ,,De familie stelde zich in op klagers levenseinde, sociale contacten werden afgebouwd en kinderen en kleinkinderen ingelicht’’, zo beschrijft het college het tragische afscheidsproces. Zijn in psychische problemen gekomen vrouw verliet hem na 49 jaar huwelijk. De Friese patiënt besmette tevens twee familieleden met tbc.
,,Mogelijk had de arts iets meer moeten aandringen op verder onderzoek’’, schrijft het college in de uitleg bij de uitspraak. Maar dit werd door de patiënt wegens slechte ervaringen in 1947, toen hij dubbelzijdige tbc had, bij herhaling afgewezen. ,,De arts respecteerde zijn keuze en gaf aan dat hij altijd bij hem terecht kon’’, aldus het college. Ook de huisarts van de man kon hem niet overtuigen van het nut van verder onderzoek. Het tuchtcollege stelt wel dat de arts in 1998 te gemakkelijk met zijn zorgplicht is omgegaan; ,,Hij had op grond van diagnostische twijfels de klager na een paar maanden nog eens terug kunnen laten komen’’.
De zieke klager meent dat de arts onverantwoordelijk te werk is gegaan door hem na het stellen van een ernstige diagnose niet verder te begeleiden, waardoor kansen om de juiste diagnose te stellen gemist zijn. Hij stelt dat de euthanasie zou zijn toegepast, als een waarnemend arts niet had getwijfeld aan de diagnose. Gemaakte longfoto’s zouden onzorgvuldig zijn bestudeerd, omdat een GGD-arts later, aan de hand van dezelfde foto, wel de correcte diagnose stelde.