Groningen was ooit de vijfde congresstad van Nederland, maar is inmiddels gezakt naar de negende plek. Dat er nu geld beschikbaar komt om het tij te keren is geweldig, vindt De Kok.
Volgens hem gaat het bij congresbezoekers om zogenoemd hoogwaardig toerisme. “De gemiddelde congresbezoeker geeft per dag zo’n 350 euro uit. Dat geld gaat niet alleen naar hotels, maar ook naar restaurants, winkels en de culturele sector. Noem maar op. Een meerdaags congres met duizend bezoekers geeft al een enorme impuls”, zegt De Kok. Hij vermoedt dat het op jaarbasis om enkele miljoenen euro’s gaat.
Ook ommeland profiteert mee
Niet alleen de stad profiteert, ook het ommeland plukt de vruchten. Vanwege de relatief geïsoleerde ligging van Groningen blijven congresbezoekers vaak langer hangen. “En dan gaan ze de omgeving verkennen. Het Hogeland, de Waddeneilanden, de Waddenzee. Het economisch effect van een congres eindigt niet bij de gemeentegrenzen.”
Ook Bart Olinga, voorzitter van Hoteloverleg Groningen, reageert enthousiast op het besluit. “We hebben ons hier vanuit de Groningen Congres Alliantie jarenlang hard voor gemaakt. Dit is van enorme economische waarde. Groningen heeft alles in huis om uit te groeien tot een echte congresstad.”
Volgens Olinga beschikt de stad over sterke troeven. “We hebben locaties zoals Martiniplaza waar je met grote groepen terechtkunt, voldoende hotels, kennisinstituten als het UMCG en de RUG én het voordeel van een middelgrote stad. Dat zorgt voor een congresbubbel. Het is hier niet versnipperd, locaties liggen dicht bij elkaar en congresbezoekers komen elkaar op straat weer tegen. Op die manier ademt de stad een congres.”
Spin-off wordt enorm
Groningen Conventions beschikt momenteel over een beperkt budget om de positie van Groningen als congresstad te versterken. Hoeveel geld er precies bij komt is nog niet bekend, maar volgens De Kok zal vooral worden geïnvesteerd in marketing en acquisitie. “De faciliteiten in Groningen zijn dik in orde. Maar je moet wel actief acquisitie plegen om congressen binnen te halen. Pitches, het schrijven van bidbooks en lobbywerk vragen simpelweg extra mankracht.”
Een congres haal je bovendien niet van de ene op de andere dag naar de stad. Vaak gaat er drie tot vijf jaar voorbereidingstijd aan vooraf. Het kan dus even duren voordat het effect merkbaar is in de stad, nuanceren De Kok en Olinga. Maar dát dat effect er komt, staat voor hen vast. “De spin off wordt enorm.”




