nieuws

15 feb 2001, 00:12

KNRM gaat experimenteren met infrarood reddingscamera’s

De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) wil de kans om drenkelingen te redden vergroten door het gebruik van infraroodcamera’s.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

De reddingsbrigade experimenteert momenteel met camera’s van verschillende grootte en kwaliteit. Binnen een jaar hoopt de KNRM een keuze te kunnen maken en een aantal van hun reddingboten met de nieuwe apparatuur uit te rusten.
De KNRM denkt al langer na over het gebruik van de infraroodcamera’s, maar de zaak kwam in een stroomversnelling na een advies van de Raad van de Transportveiligheid. Die deed na een onderzoek van de verdrinking vorige jaar van een 51-jarige sportvisser en zijn vijfjarige kind op de Waddenzee de aanbeveling dergelijke camera’s in te zetten. De infraroodtechniek wordt al veel langer gebruikt door defensie, maar was mede door de hoge prijs tot voorheen niet haalbaar voor particuliere organisaties als de KNRM.
De apparaten variëren in prijs tussen de dertigduizend en de 750 duizend gulden. De duurdere apparaten werken als een soort radar, de goedkopere exemplaren vangen slechts warmtebeelden op vanaf het wateroppervlak. Het gebruik van de camera’s op zee kent nogal wat obstakels, zoals de bewegingen van het schip, de hoge golven tussen de boot en het gezochte object en ook de afmetingen en het gewicht van de camera’s.
De KNRM bezit vijftien reddingsboten die mogelijk met de apparatuur kunnen worden uitgerust. In Europa is de Nederlandse reddingbrigade de eerste die met infrarood experimenteert. In bijvoorbeeld Amerika is het opsporen van drenkelingen en schepen met infrarood al langer gebruikelijk. Groot verschil is echter dat het reddingswerk daar een marinetaak is en de schepen van de Coastguard standaard met de toepassing zijn uitgerust.