nieuws

30 aug 2000, 00:12

Gebrek aan vrije dagen tast Bommen Berend aan

Een prominentenrace met bisschop van Eijk en rector magnificus Bosscher, kermis tot diep in de nacht, een groots Raboconcert en een spectaculaire lasershow- Groningen vierde gisteren massaal Bommen Berend! Maar het feest wordt wel steeds meer een avond-feest. Tot grote spijt van de organisatie krijgen steeds minder mensen er vrij voor. Daardoor komt het dag-programma in gevaar.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Niemand in de Randstad zal het beseffen, maar als de Groningers de robuuste aanvallen van de bisschop van Munster in 1672 niet hadden afgeslagen, had Nederland zoals we het nu kennen wellicht niet meer bestaan.
In het voorjaar van het roemruchte Nederlandse Rampjaar werd de Republiek der Verenigde Nederlanden tegelijkertijd aangevallen door Frankrijk, Engeland, het bisdom Munster en het keurvorstendom Keulen. De vijandelijke alliantie stond onder leiding van de Franse zonnekoning Lodewijk XIV, die zich tot doel had gesteld alle gebieden ten zuiden van de Rijn onder zijn invloedssfeer te brengen. Engeland zou na de overwinning de monopolie op zee verkrijgen, de Duitse geallieerden mochten de noordelijke gebieden opdelen.
Het leger van de Hollandse provinciën trekt zich terug en houdt stand achter de oude Hollandse Waterlinie. Gelderland, Utrecht, Overijssel en Drenthe worden al in het voorjaar, zonder noemenswaardig verzet, door Franse en Munsterse troepen onder de voet gelopen. Friesland werd beschermd door een waterlinie, maar als Groningen zou vallen, liep Friesland ernstig gevaar en daarmee de handelsvaart op het nog vrije Amsterdam.
De noordelijke metropool werd vanaf half juli vurig belegerd door de troepen van de prins-bisschop van Munster, bijgenaamd Bommen Berend. Om het de Duitsers vrijwel onmogelijk te maken loopgraven om de stad aan te leggen, werden de landerijen ten westen, ten noorden en ten oosten van de stad volledig geïnundeerd; in de gehele provincie staat meer dan 45 duizend hectare land onder water. Desondanks houden de bisschop en zijn troepen de belegering nog meer dan een maand vol. Vanuit het zuiden bestoken ze de stad met meer dan vijfduizend bommen, een voor die tijd nieuwe aanvalstechniek. Dit deel van de stad loopt dan ook ernstige schade op. Het moreel van de bevolking blijft echter hoog, omdat de stad genoeg voedsel en munitie op voorraad heeft.
Onder leiding van veldheer Van Rabenhaupt weerstaat de vijfduizendkoppige troepenmacht ondanks alles standvastig het beleg. Na een vier weken durend artillerieduel trekken de belegeraars zich op 28 augustus terug. Bommen Berend breekt het beleg op als de helft van zijn 24 duizend tellend leger is gesneuveld, gevangen genomen, gedeserteerd of door ziekte niet meer in staat is te vechten. De letterlijke druppel is het aanhoudende slechte weer, waardoor de loopgraven onderlopen.
De 85-jarige Joost van den Vondel, de Dichter des Vaderlands van die tijd, besefte toen al het belang van deze overwinning voor het land. Hij wijdde een vers aan de heldhaftigheid van de noordelijke hoofdstad en dichtte: ‘O Groninge, uit het puin en asch en stof verrezen, vergeet de weldaet niet, die Godt u heeft bewezen.’