nieuws

12 dec 2011, 06:06

Congressen leveren Groningen 500 miljoen op

Congressen leveren Groningen de komende tien jaar een forse bestedingsimpuls op. De afgelopen jaren zorgden de congresbezoekers, van wie velen uit het buitenland kwamen, al voor een bestedingsimpuls van 250 miljoen euro. ‘We hebben er goede hoop op dat we die bestedingsimpuls in de komende tien jaar kunnen vergroten tot 500 miljoen euro.’

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Dat zei directeur Jaap Westerhuijs van het Groningen Congres Bureau tijdens de bijeenkomst ‘Congresseren in de Toekomst / Kansen voor Groningen’ in Het Kasteel aan de Melkweg in Groningen. Het betrof een educatieve bijeenkomst waar werd gesproken over de mogelijkheden en kansen van nationale en internationale congressen in Groningen.

Tijdens deze bijeenkomst werden tien nieuwe leden geïnstalleerd van het ‘Ubbo Emmius Colleghie’, een genootschap waar verdienstelijke Groningers lid van mogen worden wanneer ze één of meerdere internationale congressen in Groningen hebben georganiseerd.


Volgens directeur Jaap Westerhuijs heeft Groningen zich krachtig ontwikkeld als congresstad. Werden er in 1996 nog 18 congressen georganiseerd, in het jaar 2000 waren dat er 75. De laatste jaren blijft dat aantal stabiel op circa 60 tot 65 nationale en internationale congressen. Voor de Groningse economie is dat van toenemende betekenis: geven toeristen gemiddeld circa 75 euro per dag uit, voor congresbezoekers ligt dat op gemiddeld 440 euro per dag. Sinds de oprichting van het Groningen Congres Bureau in 1996 heeft de congressector daarmee 250 miljoen euro aan uitgaven opgeleverd voor de Groningse economie. Dat leverde een werkgelegenheidseffect op van 670 banen.
 

Volgens Westerhuijs heeft het Groningen Congres Bureau een budget van 120.000 euro per jaar voor de marketing van congressen en worden daarmee voor 20 miljoen euro aan uitgaven gegenereerd. Oftewel een ‘return on investment ratio van 145.’Wij kunnen dit allemaal doen mede dankzij onze eigen inkomsten en de bijdragen van gemeente- en provincie- en de Rijksuniversiteit Groningen. De toekomst ziet er gelukkig goed uit, maar ondersteuning blijft wel onontbeerlijk’.