Nieuws

Back to the future: hoe nieuw is de koers van het Groninger Museum? (Opinie)

Back to the future”, luidt het motto van het Groninger Museum. Het museum spreekt van een nieuwe koers, waarbij het houvast zoekt in zijn eigen verleden. De slogan is een bewuste paradox, want je kunt niet worden wat je al was. Tenzij je even iets anders werd, bijvoorbeeld door organisatorische en financiële onrust. Nu willen ze het anders doen. Groot gelijk. Maar is ‘anders’ ook echt anders genoeg?


Leestijd: 2 minuten

Foto | Erik en Petra Hesmerg
Foto | Erik en Petra Hesmerg

Opinie door Bas Disco

Een nieuwe artistieke koers. Daarmee wil het museum uit zwaar weer komen. Onder leiding van artistiek directeur Roos Gortzak moet de rust wederkeren op de museumbrug. Ze wil onder andere van de kaskrakerkunst af. Dat wordt te duur. Het idee dat grote tentoonstellingen automatisch veel geld opleveren, ontkracht ze ook.

Wat dan wel? Terug naar het experiment, de collectiviteit en de interdisciplinariteit. Durven falen. Samenwerken. Een nieuwe huisstijl met een eigen lettertype. De bekende totempaal van Alessandro Mendini weer op de brug. Meer werken vanuit de eigen collectie. Meer experimentele hedendaagse kunst.

Mooie punten, natuurlijk. Maar zijn ze voldoende? Bij een gezond museum klinkt het als een doorsnee marketingcampagne. Het Groninger Museum is echter koortsig. Het artistieke is onlosmakelijk verbonden met de organisatie en administratie.

De huidige organisatie is ‘verrommeld’. Dat erkent het museum zelf in het transitieplan voor 2026 en 2027. Wie beslist waarover? Wie is waarvoor verantwoordelijk? Zulke basale processen zijn volgens het museum onduidelijk geworden na meerdere organisatorische ingrepen.

Zo vormden Gortzak en Jan Geert Vierkant vanaf 2025 een directieduo, waarbij Vierkant de zakelijke leiding nam. Echter vertrok Vierkant een jaar later. Wat werd gezien als een nieuwe start, stond acht maanden later alweer ter discussie.

Ook financieel zit het niet mee. In elk geval dit decennium niet. Eerst de coronacrisis. Daarna tegenvallende inkomsten en sterk gestegen kosten. In 2024 werd weer winst geboekt, maar volgens het museum kwam die grotendeels door ‘incidentele posten’. Voor 2025 werd opnieuw een tekort begroot.

De gemeente sprong bij met bijna een half miljoen euro aan subsidie. Het bedrag werd expliciet beschikbaar gesteld voor de ‘noodzakelijke transitie’. Geld goed besteed; in kunst en cultuur moet immers geïnvesteerd worden. Tegelijkertijd moet de transitie leiden tot een financieel gezondere organisatie.

Daarvoor ligt er nu een transitieplan. Wat dat betreft is het museum opvallend open. Het weet dat er iets moet veranderen en erkent tegelijk dat de nieuwe koers nog niet volledig is uitgewerkt. De artistieke ommezwaai moet een begin zijn. Maar is ze wezenlijk genoeg om van een nieuwe koers te spreken? Dat moet nog blijken.