Economie

Groningse palingvissers extra zwaar getroffen door vangstverbod

Palingvissers in de provincie Groningen worden extra zwaar getroffen door het vangstverbod van palingen dat op 1 oktober ingaat. Dat heeft het college van Gedeputeerde Staten laten weten aan Gerda Verburg, minister Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het college vraagt zich af of het verbod van Verburg een beter alternatief is dan het plan van de palingvissers zelf. Die pleiten ervoor om 157.000 kilo palingen uit te zetten op plekken voorbij sluizen en gemalen, waar ze ongehinderd naar de Sargassozee in Mexico kunnen zwemmen om zich voort te planten. Volgens de vissers wordt op die manier de stand hersteld en hoeft er geen vangstverbod te worden ingevoerd.


Leestijd: 1 minuut

De minister stond eerst wel achter het alternatief van de. Het zou onderdeel worden van het Nederlandse aalbeheerplan. Haar inzicht veranderde na een gesprek met EU-commissaris Borg. Aanleiding was een rapport van internationale marine biologen. Die oordeelde dat het plan van de palingvangers onvoldoende effect zou hebben op de stand. Gedeputeerde Hollenga vindt dat vreemd. “We verbazen ons erover dat tot voor het weekend deze gegevens niet openbaar toegankelijk waren”, legt Hollenga uit. “Het is onduidelijk waarom het plan van de palingvissers van tafel is.” Volgens de gedeputeerde kan er zonder inzicht in deze gegevens door de minister geen juiste beoordeling plaatsvinden of het vangstverbod een beter alternatief is.

Het algehele vangstverbod houdt volgens het college geen rekening met verschillende vangstgebieden. In Groningen zijn er slechts vier actieve vissers en deze vissen op een duurzame manier. Daarnaast hebben ze veel palingkennis binnen hun eigen visgebied.

De Tweede Kamer vergadert op 10 september over het Nederlandse aalbeheerplan. Dat plan moet eind deze maand nog worden goedgekeurd door de Europese Commissie. In afwachting daarvan sluit de minister het vangstverbod van 1 oktober tot 1 december.