Het gaat om een 6e-eeuwse kopie van de brieven van Paulus. Het document heeft een lange geschiedenis. Het werk werd in de 13e eeuw uit elkaar gehaald om als kladpapier te gebruiken om andere boeken te herstellen. Dit werd gedaan door monniken van het Groot-Lavra-klooster op de berg Athos in Griekenland.
In de loop van de tijd werden veel van de pagina’s van de berg Athos meegenomen door reizigers die op zoek waren naar curiositeiten. De overgebleven fragmenten bevinden zich vandaag de dag op allerlei verschillende plekken: in bibliotheken in Italië, Griekenland, Rusland, Oekraïne en Frankrijk.
Het onderzoeksteam werkte samen met de Early Manuscripts Electronic Library (EMEL). De bewaard gebleven pagina’s van het manuscript zijn op een speciale manier verwerkt, namelijk aan de hand van ‘multispectral imaging.’ Dit is een speciale techniek die werkt op basis van licht, die veel gebruikt wordt in de archeologie.
De methode heeft het mogelijk gemaakt om onzichtbare achterblijfselen van de tekst op de tegenoverliggende pagina’s zichtbaar te maken. Die resten zijn achtergebleven toen de pagina’s ooit opnieuw werden beschreven met inkt. Die inkt is, nadat het werk werd dichtgeslagen, achtergebleven op andere pagina’s.
De tekst is belangrijk omdat hij inzicht geeft in de manier waarop bijbelteksten vroeger werden overgeschreven en gebruikt door schrijvers en lezers.




