Nieuws

Swip Stolk bestaat bij de gratie van de nieuwe uitdaging

Er lijkt geen middenweg te zijn in de waardering voor het werk van vormgever en grafisch ontwerper Swip Stolk. Of het spreekt mensen aan, of het zegt ze juist helemaal niets. Directeur Kees van Twist van het Groninger Museum waardeert het werk van Swip Stolk omdat het laat zien dat hij een tekenaar en ontwerper met durf is die zich niet laat verleiden tot modieuze, tijdgevoelige onderwerpen. Het Groninger Museum wijdt de komende maanden dan ook een overzichtstentoonstelling aan het werk van de vormgever.Het ontwerp van de VARA-haan in de jaren zeventig werd niet door iedereen gewaardeerd. Een grote groep medewerkers van de VARA vond dat ‘de haan’ teveel aandacht kreeg, waarna deze ook in 1979 van het scherm verdween. Volgens Stolk hanteert hij in zijn werk niet een bepaalde stijl maar is zijn werk wel herkenbaar.


Leestijd: 4 minuten

De kunstenaar streeft er naar om niet gevangen te raken in een bepaalde stijl. Hij zegt daarover: “Mijn vak laat zich niet vangen in wetmatigheden en methodieken, maar is voortdurend aan veranderingen onderhevig. In welke richting het zich ontwikkelt, is geheel afhankelijk van omstandigheden binnen de maatschappij en per definitie onvoorspelbaar. Als vormgever heb je daar rekening mee te houden om te blijven communiceren. En dat heb ik altijd uitermate fascinerend gevonden. Stolk vindt het niet belangrijk of mensen zijn ontwerpen mooi vinden of juist niet. Hij zegt dat het hem in de eerste plaats gaat om de fascinatie. “Mensen moeten de neiging hebben om zich om te draaien en nog eens te kijken wat er precies aan de hand is. Een goed ontwerp moet in staat zijn het kijken te activeren en de boodschap kracht bij te zetten.”

De 56-jarige vormgever is een autodidact. Hij kan, zo geeft hij zelf toe, alleen werken met mensen die hem een zekere vrijheid geven. “Ik kon absoluut niet tegen het dogmatische denken en het autoritaire gedrag van leraren. Elke creativiteit werd afgeknepen. Ik haalde goede cijfers voor alle vakken, maar als ik in de klas met eigen inzichten kwam, werd dat eigenlijk nooit begrepen. Ik heb ook een hekel aan de opgelegde hiërarchie bij bedrijven en instellingen. Niemand is baas over je. Ik kom uit een links gezin en ben door mijn ouders als individu opgevoed. Ik ben ze daar nog steeds dankbaar voor.” Zijn opleiding aan de Rietveldacademie was dan ook van korte duur. Stolk leverde een keer tekeningen in bij een leraar die hem de opdracht had gegeven verschillende onderwerpen in de stijl van Léger in contouren te tekenen. Omdat de leraar de tekeningen zo goed vond, kwam hij tot de conclusie dat ze nooit van Stolk konden zijn. De jonge Stolk was perplex en hij heeft na dit incident zijn studie aan de Rietveldacademie afgebroken. Dezelfde academie vroeg Stolk vervolgens in 1981 om les te geven aldaar.

Het lesgeven was voor Stolk niet het zomaar afdraaien van een lesprogramma. Hij was hier net zo bevlogen in als bij zijn ontwerpen. De vormgever was er op een gegeven moment zo intensief mee bezig dat het hem allemaal teveel werd. “Ik wilde graag mijn visie aan studenten overdragen. Met volle overgave heb ik eraan gewerkt, maar het werd me uiteindelijk allemaal teveel. Ik had het ontzettend druk met mijn eigen werk en gaf daarnaast twintig uur in de week les op drie verschillende afdelingen: grafische vormgeving, illustratie en mixed media. Bovendien betekende lesgeven voor mij discussiëren over ideeën en uitwerkingen daarvan. Ik stimuleerde mijn studenten om vanuit een bepaalde opdracht na te denken over concept en uitvoering. Zo’n werkwijze betekent dat niets vaststaat en dat je met alle studenten dialoog moet aangaan over hun uitgangspunten en keuzes die ze hebben gemaakt bij het vormgeven. Dat leidde tot uitgebreide, heel wezenlijke discussies, die me vaak niet loslieten. Ik liep op sommige dagen met zoveel mensen in m’n kop rond. Dat vreet energie. Tenslotte kwam het moment dat ik brak. Daarna heb ik nooit meer lesgegeven.

Stolk maakte voor het eerst kennis met oud-directeur van het Groninger Museum Frans Haks in 1968. Haks werkte toen nog voor de Universiteit van Utrecht en had Stolk nodig voor een project. “Het onderwerp betrof de democratisering in de kunst. Frans wilde in een tentoonstelling of manifestatie vernieuwende tendensen op het gebied van onder meer toneel, poëzie en beeldende kunst samen te brengen. Hij vond dat de vormgeving verzorgd moest worden door iemand die vanuit een vergelijkbare achtergrond zijn visie kon loslaten op het geheel en dat de uitkomst daarvan een zelfstandig onderdeel van het project moest worden. We hebben een afspraak gemaakt en gesproken over het project.” De inrichting van de tentoonstelling door Stolk is vervolgens naar wederzijdse tevredenheid verlopen. Haks was de vormgever, in de jaren die volgden, niet uit het oog verloren. Toen hij in 1978 werd aangesteld als directeur van het Groninger Museum volgde al snel een expositie over de vormgeving van Stolk voor de VARA in de jaren zeventig.

De samenwerking was blijkbaar goed bevallen want gedurende de jaren tachtig heeft Stolk voor het Groninger Museum regelmatig affiches en catalogi ontworpen. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor de verzorging van een aantal tentoonstellingen. In 1988 vroeg Haks aan Stolk of hij de vaste vormgever wilde worden voor het Groninger Museum. De vormgever heeft zich door Haks altijd begrepen gevoeld: “In de uitgangspunten die aan een idee ten grondslag lagen, konden Frans Haks en ik elkaar volledig vinden. De benadering van een gegeven, of dat nu een boek of een tentoonstellingsinrichting betrof, was dezelfde; die kwam voort uit dezelfde mentaliteit. Beiden waren we steeds op zoek naar vernieuwing en probeerden we nieuwe ontwikkelingen in hun essentie te pakken. Risico’s gingen we daarbij nooit uit de weg. Daarbij kwam dat Frans eigenlijk nooit restricties stelde en mij altijd heeft gestimuleerd om op mijn eigen intuïties af te gaan. Hij schiep voor mij de ruimte om mijn creativiteit op een onderwerp los te laten.

Het Groninger Museum heeft van 9 juli tot en met 22 oktober een overzichtstentoonstelling gewijd aan haar huisstijlontwerper Swip Stolk.



Bron: ‘Swip Stolk, Master Forever’ van uitgeverij Snoeck Ducaju & Zoon, Gent in opdracht van het Groninger Museum