nieuws

01 okt 2002, 00:12

Stilte en nuchterheid overheerst in AZG

Dinsdagochtend, iets voor negen uur. In de grote ontvangsthal van het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG) bevinden zich welgeteld zestien mensen. Onder hen drie baliemedewerkers, drie journalisten en twee voorlichters en drie baliemedewerkers.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Stilte overheerst in het Groningse ziekenhuis tijdens de staking van de medisch specialisten. Veel deuren in het gebouw zijn gesloten, de tientallen kuipstoeltjes in de hal zijn onbezet. Eén vrouw met een gebroken arm loopt wat eenzaam heen en weer, een meisje met een kruk kijkt wat mismoedig voor zich uit. Alleen bij de afdeling tandheelkunde valt wat bedrijvigheid waar te nemen: tandartsen zijn geen medische specialisten en staken dus niet mee.
De olijke Groningse verpleegkundige achter de ontvangstdesk neemt rustig een slok van haar kop koffie. ,,Normaal is het hier een mierennest waarin tientallen mensen druk door elkaar heen rennen’’, constateert ze nuchter. ,,Wij hadden vandaag ook net zo goed thuis kunnen blijven. Je komt hier toch om mensen te helpen, niet om betaald de krant te lezen.’’
Voorlichter R. Verhagen van het AZG staat er wat gedachteloos bij. ,,Het is rustiger dan normaal’’, beaamt hij. ,,Maar dat is ook kenmerkend voor een zondagsdienst.’’ In het Groningse ziekenhuis verzetten de ruim driehonderd specialisten voor de staking een kleine 1500 afspraken; landelijk betreft het drieduizend specialisten en een kleine tienduizend afspraken. De patiënten zijn zoveel mogelijk door de specialisten zelf opgebeld: de ziekenhuisbezoeken zijn allemaal verplaatst naar elders deze week.
,,Veel buitenstaanders hebben het idee dat het alleen om geld gaat’’, verzucht neuroloog H. Haaxma, woordvoerder van de specialisten. ,,Het is méér dan dat. De leegloop in de academische ziekenhuizen is dramatisch: op veel afdelingen wordt 15 procent van de vacatures niet meer ingevuld. De verpleegkundigen worden niet meer goed gesuperviseerd en dus kunnen we de patiënten niet meer de zorg geven die we wel zouden willen. Het is nog niet aantoonbaar, maar we merken wel dat patiënten daaronder beginnen te lijden: we laveren steeds vaker langs de rand van de afgrond. Als deze ontwikkeling nu geen halt wordt toegeroepen, is het slechts een kwestie van tijd voordat er door het tekort aan mensen dodelijke fouten gemaakt gaan worden.’’