nieuws

14 jun 2001, 00:12

RuG-econoom: ,,Hoe meer ministers, hoe groter het begrotingstekort’’

Een grote versplintering binnen een regering heeft negatieve gevolgen voor het begrotingstekort. Dit constateert de Groningse econoom B. Volkerink in zijn dissertatie.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Niet alleen geven meer ministers over het algemeen meer geld uit, maar het levert ook een groter aantal stemmen op. De centrale financiële kracht binnen een kabinet staat zo minder sterk en zal zich makkelijker laten overrulen door de meningen of wensen van andere ministers.
Volkerink bestudeerde de ontwikkeling van de begrotingstekorten van de 22 OESO-landen in de periode 1965-1995. ,,Grotere coalities leiden tot grotere tegenstellingen binnen die coalitie’’, legt de econoom uit. ,,Natuurlijk spelen er per land nog allerlei andere verschillende factoren mee, maar globaal gezien klopt de these. Het is hetzelfde principe als in de algemene politicologie: hoe meer geluiden, hoe moeilijker het wordt eenduidige besluiten te nemen.”
Overigens is het te simpel om te stellen dat bijvoorbeeld het Nederlandse begrotingstekort drastisch zou dalen wanneer premier Kok zijn kabinet flink zou inkrimpen. ,,Er zit een bodem aan het aantal gezaghebbenden binnen een land’’, aldus Volkerink. ,,Wanneer ministeries worden samengevoegd, stijgt vaak het aantal staatssecretarissen binnen een kabinet.” Het scheelt echter over het algemeen wel weer wanneer een coalitie uit minder partijen bestaat.