nieuws

22 mei 2002, 00:12

Kinderen grote gezinnen minder vaak naar dokter

De bezorgdheid van ouders over de gezondheid van hun kinderen hangt sterk af van hun praktische ervaring met kinderziekten in hun gezin. Wanneer ouders ervaring opdoen met bepaalde ziekten, raken ze daar bij wijze van spreken aan gewend en bezoeken vervolgens minder vaak hun dokter, als het nog eens een keertje meer voorkomt. Zodoende gaan kinderen uit grote gezinnen gemiddeld minder vaak naar de dokter; de ergste schrik over een ziekte is er dan al vanaf.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Dit blijkt uit onderzoek van kinderarts Gert van Enk, die volgende week op zijn onderzoek promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). De wetenschapper lichtte vijfhonderd kleintjes en aanhang door op hun benutting van zorg. Hij richtte zich op zes huisartsenpraktijken en bij bezoekers van twee kinderpoli. ‘’Ouders die meer kinderen hebben of kinderen hebben die dezelfde klachten al vaker hebben gehad, brengen hun kind minder vaak naar huisarts of specialist’’, ontdekte Van Enk. ‘’Het ene kind komt daardoor vaker bij de dokter dan het andere. Dat komt niet altijd door de ernst van de ziekte alleen’’, stelt hij dan ook.
Volgens Van Enk kan goede voorlichting efficiënt zorggebruik door gezinnen bevorderen. Goede informatie zou er voor kunnen zorgen dat ouders met hun zieke kind direct op de juiste plaats terechtkomen, verwacht hij. Nu nog bezoeken kinderen met chronische astma vaker de kinderarts, terwijl volgens Van Enk de eigen huisarts het eerste aanspreekpunt zou moeten zijn. Dit komt mede doordat huisartsen minder vertrouwd zijn met chronische ziekten bij kinderen. Ouders die dat bemerken raadplegen dan liever een specialist. Bijscholing van huisartsen moet voorkomen dat mensen te vlot naar de specialist stappen.