nieuws

02 apr 2002, 00:12

Jongen wil verkrachter tatoeage laten verwijderen

De 43-jarige G. van D. uit Zuidwolde, die wordt verdacht van seksueel misbruik van minimaal vijf kinderen, moet de tatoeage die hij van één van hen op zijn borst heeft laten zetten verwijderen. Dat is de inzet van een rechtszaak die het slachtoffer in kwestie tegen Van D. begint. Het inmiddels 17-jarige slachtoffer is van zijn twaalfde tot zijn veertiende twee jaar lang door Van D. misbruikt.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Van D. werd vorige jaar aangehouden en moet zich over een aantal weken in een civiele procedure voor de Groninger rechtbank verantwoorden. De man liet het portret op zijn borstkas tatoeëren aan de hand van een foto van het slachtoffer. Het portret is onder meer voorzien van een fictieve sterfdatum, de dag waarop hij het laatste contact met de jongen had.
De raadsman van het slachtoffer, L. Poortman-de Boer, stelt dat er sprake is van aantasting van het portretrecht. Er zou inbreuk worden gemaakt op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer. ,,Mijn cliënt moet leven met het idee dat zijn gezicht staat afgebeeld op het lichaam van zijn verkrachter’’, verklaart Poortman. ,,Ieder weldenkend mens zal beamen dat dat niet moet kunnen. Die tatoeage moet weg.’’
Van D. heeft bekend zich de afgelopen jaren op gruwelijke wijze vergrepen te hebben aan een groot aantal minderjarige jongetjes. Bij zijn aanhouding, afgelopen zomer, is in zijn woning een grote hoeveelheid pornografisch materiaal gevonden, waaronder veel foto's van de slachtoffertjes. De man is al eerder veroordeeld wegens pedofilie maar is daarna doorgegaan met zijn activiteiten.
Het schrikbewind dat hij over zijn slachtoffers voerde, bezorgde hem in de media de bijnaam ,,de Groningse Dutroux’’. Een aantal kinderen is behalve seksueel misbruikt ook ernstig mishandeld. De verdachte zou ze geschopt en geslagen hebben. Eén van de slachtoffers kreeg kokend water over zijn geslachtsdeel uitgegoten. De nu 11-jarige jongen is onlangs in een psychose geraakt en in een psychiatrische instelling opgenomen.
Van D. schreef in een aantal gevallen anonieme brieven naar de school, de Kinderbescherming en het meldpunt kindermishandeling, waarin hij de ouders van door hem mishandelde jongens betichtte van de mishandeling. Die werden daarop door de instanties ontboden en lange tijd verdacht omdat het letsel van hun kinderen de verdenking leek te rechtvaardigen.
De kinderen waren doodsbang voor Van D., die vaak zowel overdag als 's nachts langs hun huis reed. Zodra hij claxonneerde wisten ze dat ze onmiddellijk bij hem moesten verschijnen en kropen ze desnoods uit het raam om zich bij hem te melden. Van D. zocht zijn slachtoffers in sociaal zwakke of eenoudergezinnen met problemen. Hij reageerde op advertenties waarin kinderoppas werd gezocht en maakte ook wel contact met ze, waarbij hij zich voordeed als begeleider voor seksueel misbruikte kinderen namens de Vereniging Humanitas.