nieuws

23 sep 2011, 06:06

Groningen is na Prinsjesdag vijf miljoen euro lichter

Prinsjesdag, afgelopen, dinsdag, pakt slecht uit voor de gemeente Groningen. Dat laat het college van B en W weten in een reactie. Sinds die nota is Groningen vijf miljoen euro ‘lichter’’ geworden.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Het Groningse stadsbestuur maakt zich grote zorgen over de gevolgen van Prinsjesdag voor de stad. De gemeente krijgt vijf miljoen euro minder van het Rijk. De Stadjers kunnen dat gaan voelen op het gebied van onder meer veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en sociale zaken.


“De miljoenennota heeft de stad weinig te bieden”, aldus burgemeester Peter Rehwinkel. “Sterker nog, de Rijksbegroting stelt ons voor aanzienlijke problemen.” De burgemeester noemt concreet buurtconciërges en de aanpak van huiselijk geweld als terreinen waar de klappen vallen. “En dat terwijl we zo hard met wijkvernieuwing bezig zijn.” Rehwinkel vindt de bezuinigingen op veiligheid ‘moeilijk te volgen’.
Kolen

De Rijksoverheid gaat meer taken overhevelen naar de gemeenten. “Maar het geld gaat niet mee”, stelt wethouder van Financiën Karin Dekker vast. “Het op orde brengen van de rijksbegroting heeft grote effecten op de gemeentebegroting.” Burgemeester Rehwinkel: “De gemeenten mogen de kolen uit het vuur halen op het gebied van veiligheid, leefbaarheid en veiligheid. We moeten als stad nu kijken hoe we de gaten zo veel mogelijk kunnen opvangen.” Het is mogelijk dat Groningen nog meer dan vijf miljoen euro minder krijgt als het kabinet voor het idee van het afschaffen van de precariorechten kiest. “Dat zou ons een structureel bedrag schelen”, aldus Karin Dekker.


Faillissement


Wethouder Frank de Vries noemt de decentralisatie van overheidstaken ‘een beleidswijziging met een wrange smaak’.

Volgens hem zijn de gevolgen voor kleinere gemeente, zoals de Ommelanden rond de stad, nog groter dan voor de grote gemeenten. “Dit kabinet laat de plattelandsgemeente in de steek. De kortingen op het persoongebonden budget leidt tot toename van de schuldhulpverlening. En dat gaat bij kleine gemeenten erin hakken. De plannen leiden tot ongekende rampen op het sociale gebied. Dat kan het faillissement van kleine gemeenten betekenen.”