nieuws

04 feb 2003, 00:12

Europese Unie subsidieert ganzenonderzoek Arctisch Centrum op Spitsbergen

Het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen heeft van de Europese Unie een subsidie toegekend gekregen van € 350.000 voor een onderzoek naar de kwetsbaarheid van de arctische toendra’s op Spitsbergen.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Dr. Maarten Loonen en drs. Richard Ubels zullen met name de effecten onderzoeken van de temperatuurverhoging en de toenemende begrazing door brandganzen en kleine rietganzen. Het Groningse onderzoek maakt deel uit van het EU-onderzoeksprogramma Fragility of Arctic goose habitat: impacts of land use, conservation and elevated temperature, waaraan dertien Europese onderzoeksinstituten in zes landen drie jaar lang zullen deelnemen.
Hoe kwetsbaar zijn de Arctische toendra’s? En hoe groot is de schade die de daar broedende ganzen veroorzaken? Door een veranderende landbouw en allerlei beschermingsmaatregelen zijn de ganzenpopulaties op het noordelijk halfrond de laatste decennia geweldig gegroeid. In Canada heeft overbegrazing door ganzen inmiddels plaatselijk geleid tot verwoestijning van de toendra’s; wat voor de Amerikaanse Senaat reden was de jachtdruk op sneeuwganzen radicaal te verhogen. Loonen verwacht dat het in Europa niet zo’n vaart zal lopen, maar voor de Europese Unie is de situatie wel aanleiding om bovengenoemd onderzoek op te starten.
Vanuit de Rijksuniversiteit Groningen is er al vele jaren onderzoek gedaan aan ganzen, zowel in Nederland als langs de trekroute en in de arctische gebieden. Loonen doet sinds 1990 onderzoek aan brandganzen die op Spitsbergen broeden. Het is een gedetailleerd onderzoek naar de factoren die bij de brandgans de populatie reguleren. Loonen vertoeft hiervoor iedere zomer enkele maanden in het noordelijkste dorp van de wereld, Ny-Ålesund op Spitsbergen, dat zowel op 1000 km van de Noordkaap in Noorwegen als van de Noordpool ligt. De brandganzenpopulatie op Spitsbergen telt nu 25.000 individuen, maar in 1943 waren er nog maar een kleine 400. In Loonens onderzoeksgebied, waar het eerste broedpaar gesignaleerd werd in 1982, stabiliseert de populatie zich inmiddels al enkele jaren rond 1500 ganzen, waarmee de draagkracht van het gebied is bereikt.
Om inzicht te krijgen in het effect van overbegrazing op de toendravegetatie voeren Loonen en Ubels de komende drie jaar een groot experiment uit met ganzen die, vanaf dat zij uit het ei kruipen, opgroeien met de onderzoekers en deze overal volgen omdat zij denken dat de onderzoekers hun moeder zijn. Zodra de sneeuw smelt, midden juni, gaat het experiment beginnen.