nieuws

02 jul 2010, 09:09

Blauwe Stad genekt door ‘Vooruitschuiven problemen en afwentelen risico’s’

Het project Blauwe Stad is genekt door ondoelmatigheid van de provincie Groningen bij de invulling vande publiek-private samenwerking. Ook heeft het project niet heeft geleid tot de beoogde resultaten en de daaraan verbonden effecten. Dat heeft geresulteerd in een afboeking op de provinciale balans van bijna 29 miljoen Euro. Dat is de conclusie vaneen onderzoek van de Noordelijke Rekenkamer naar de doelmatigheid en effectiviteit van de publiekprivate samenwerking (PPS) in het project Blauwestad. Hieronder de belangrijkste conclusies van de Rekenkamer:

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Achtergrond van het verzoek tot een onderzoek vande Noordelijke Rekenkamer was het mislukken van de PPS die in 2001 was aangegaan om de sociaaleconomische vitaliteit van de Oldambt regio te versterken door grootschalige gebiedsverandering en woningbouw. De geplande gebiedsverandering is zonder grote overschrijdingen in tijd en geld gerealiseerd met het Oldambtmeer en de aanleg van een publieke infrastructuur. De woningbouw en -verkoop daarentegen zijn goeddeels stilgevallen. De Noordelijke Rekenkamer komt in haar rapport tot de conclusie 1) dat de provinciale invulling van de gekozen PPS-constructie niet doelmatig is geweest en 2) dat het project niet heeft geleid tot de beoogde resultaten en de daaraan verbonden effecten. De beëindiging van de PPS heeft geresulteerd in een afboeking op de provinciale balans van bijna 29 miljoen Euro.


Haalbaarheid en uitvoering project-Blauwestad

De veronderstellingen die aan het project Blauwestad ten grondslag lagen waren niet solide. De financiële onderbouwing, die gebaseerd was op de verkoop van 1200 – 1800 woningen, heeft van meet af aan tekorten laten zien. Over de doelgroep, het aantal en het type te bouwen woningen is voortdurend verschil van inzicht blijven bestaan. Pogingen de inhoudelijke en financiële gaten te dichten, hebben geleid tot forse vertragingen waardoor het project ‘het momentum heeft gemist’. De keuze om een inconsistent en risicovol plan toch uit te voeren komt voort uit de diepgewortelde politieke wens en noodzaak iets wezenlijks voor Oost-Groningen te
doen. Telkens is uitgegaan van de meest gunstige scenario’s, zijn waarschuwingen en kritiek niet op waarde geschat, zijn problemen vooruitgeschoven en zijn reële alternatieven (gefaseerde aanleg, ander verkooptempo, andere inrichting) uit beeld verdwenen. De doelstelling van Blauwestad is geleidelijk op de achtergrond geraakt
en het middel, de verkoop van kavels en woningen, is het doel geworden.

Publiek-private samenwerking mislukt

In de gekozen PPS-constructie hebben publieke en private partijen zich nauw aan elkaar verbonden, waarbij aan publieke zijde de provincie de regie heeft willen voeren. Een belangrijk gebrek in de constructie is de provinciale keuze om geen ‘huwelijkse voorwaarden’ op te stellen. Telkens opduikende financiële risico’s en tegenslagen zijn niet afgedekt, maar doorgeschoven naar de private partners. De provincie heeft niet onderkend dat zij er alleen voor zou komen te staan als private partijen de risico’s niet meer zouden kunnen of willen dragen. De Rekenkamer beschouwt het als een cruciale fout dat de provincie zich afzijdig heeft gehouden toen twee private partners in 2007 uit de PPS stapten. De provincie heeft evenmin onderkend dat de financieringsconstructie voor haar nog een ander groot risico inhield. De met provinciaal geld verworven grond diende aan de private partners te worden geleverd om te worden doorverkocht aan particulieren. Tegelijkertijd diende de grond als onderpand voor het voorgefinancierde provinciale kapitaal. Door de stagnerende verkoop konden de private partners niet aan hun betalingsverplichting voldoen, maar door een ‘open einde’ in het contract wel de grond opeisen.

Relatie GS – PS en besluitvorming

PS zijn tot 2001 betrokken bij de besluitvorming omtrent het project Blauwestad, maar beschikten op cruciale momenten niet over alle relevante informatie. De Rekenkamer heeft vastgesteld dat deze informatie soms eenvoudigweg ontbrak, maar soms ook om strategische redenen niet werd verstrekt door GS. Risico’s werden niet benoemd, vragen bleven onbeantwoord, onderwerpen werden doorgeschoven naar de onderhandelingstafel met het consortium en de beloofde onderbouwing bij de financiële check in 1999 was niet beschikbaar voor PS. Nadat het project in uitvoering ging, hadden PS naar het oordeel van de Rekenkamer gekend moeten worden in wijzigingen in het contract die het risicoprofiel van de provincie aanzienlijk verzwaarden. Dat is niet steeds het geval geweest.


Toen het project in zwaar weer terecht kwam, nam het overleg met PS toe. De vertrouwelijkheid daarvan is door de Staten als inbreuk op hun controlerende bevoegdheden en op de transparantie van het proces ervaren. De Rekenkamer schat de mate waarin vertrouwelijkheid een rol heeft gespeeld bij de besluitvorming anders
in dan PS, vooral ook omdat de Staten er weinig aan hebben gedaan de beslotenheid van vergaderingen en geheimhouding van stukken op te heffen. Onbekendheid met de toepasselijke regels lijkt hierbij een belangrijke rol te spelen. De Rekenkamer heeft vastgesteld dat PS op basis van de hun beschikbare informatie weliswaar kritisch zijn geweest, maar tevens weinig daadkracht hebben getoond. Per saldo hebben GS zich dominant getoond en PS vooral volgend. Het is GS te verwijten dat zij PS onvoldoende mogelijkheden hebben gegeven hun rol waar te maken en de Staten aan te rekenen dat zij aan hun terechte kritiek geen consequenties hebben
verbonden.

Toekomstperspectief

De Rekenkamer constateert een kentering in die zin dat GS zich momenteel richting gemeente, bewoners, de Staten en ambtelijke organisatie meer open opstellen. De (direct) betrokkenen zijn onverminderd positief over het project Blauwestad. De Rekenkamer waarschuwt voor te groot optimisme, alleen al gezien het overaanbod
aan nieuwbouwplannen in de regio.

Reactie provincie en nawoord Rekenkamer

In hun reactie geven GS van Groningen aan de analyse en deelconclusies van de Rekenkamer op bijna alle punten te kunnen onderschrijven en de aanbevelingen onverkort te zullen overnemen, zonder daar concrete acties aan te verbinden. Dat de hoofdconclusie slechts ten dele wordt onderschreven, vloeit naar het oordeel van de
Rekenkamer voort uit een overwaardering door GS van de maatregelen die in de afgelopen twee jaar zijn genomen en uit een onrealistische inschatting van de risico's die zich in de vele jaren daarvoor hebben opgestapeld.