maandag 28 januari 2008 | 10:10 | 3 reacties
Wethouder Frank de Vries (PvdA) gaat voor elfhonderd nieuwe woningen per jaar in Groningen
Print pagina
Wethouder Frank de Vries (PvdA) vindt dat het nu eindelijk flink bergopwaarts gaat met de woningbouwproductie in Groningen. Volgens hem moeten er in tien jaar tijd zo'n elfduizend nieuwe woningen bij komen in de stad. En dat betekent dus gemiddeld elfhonderd per jaar. Dat aantal is in 2007 net niet gehaald, maar afgelopen jaar ging het wel aanzienlijk beter dan de jaren er voor. Hij zegt dat in een interview op de website: nieuwbouw.groningen.nl, een site met alle informatie op het gebied van nieuwbouw in de gemeente Groningen. Hij gaat er ook in op spraakmakende projecten en op de plannen voor hoogbouw in Groningen.
‘Het jaar van de ommekeer’, blikt wethouder Frank de Vries (PvdA) van Ruimtelijke Ordening terug op 2007. ‘We hebben jaren van slechte nieuwbouwresultaten en achterblijvende productie achter de rug, maar er is vorig jaar echt een forse stap gezet in de productie van woningen.’ De wethouder is zichtbaar tevreden met de behaalde resultaten van vorig jaar. Toch kan het nog net een stukje beter, vindt De Vries. ‘We hebben vorig jaar veel moeite gedaan om te benadrukken dat tempo van belang is. Maar de resultaten mogen er wezen.’
In mei vorig jaar stelde de wethouder samen met de woningcorporaties een nieuw akkoord op voor de komende tien jaar. Afgesproken werd om in tien jaar tijd achtduizend nieuwe woningen te bouwen, zowel op nieuwbouw als vervangende bouw. ‘Waarvan vijfduizend in de prioriteitwijken. Dat is heel veel, gemiddeld 800 per jaar. Het zou fantastisch zijn als we dat kunnen realiseren’, aldus De Vries.
Afgelopen jaar werd dat gemiddelde net niet gehaald. Maar het is volgens De Vries niet zo interessant om alleen naar de cijfers te kijken. ‘Je moet voor oog houden waarvoor je het doet. Wij doen het omdat mensen hier in de stad willen wonen. Als je dat in je achterhoofd houdt is ieder huis er één.’ Aan woningbehoefte is volgens de wethouder in ieder geval geen gebrek. ‘We weten één ding: mensen willen graag in de stad wonen! Of mensen willen binnen de stad verhuizen, ofwel omdat ze van buitenaf een plekje in Groningen proberen te vinden. Kijk naar de Kop van Oost bijvoorbeeld. Daar komt 50 procent van de huizenkopers van buiten de stad. Dat is veel. Kortom: er is woningvraag. Dan moet je bouwen. Dat probeer ik helder te maken bij alle mensen die bij het bouwen betrokken zijn: corporaties, ontwikkelaars, aannemers maar ook onze eigen mensen. Ik wil graag samenwerken met mensen die willen bouwen en ontwikkelen in de stad. Maar het kan nog net een tandje hoger. Als je uiteindelijk 1100 huizen kan bouwen in plaats van de 1000 die in je plan staan, waarom zou je dat dan niet doen?’
Niet praten maar poetsen
De Vries houdt sowieso niet van teveel praten, maar wil de zaken liever aanpakken. ‘Het is van belang dat als er problemen zijn dat we die niet laten versloffen maar aanpakken. Ik wil dat men denkt: oké, er is een probleem, dat pakken we op, daarmee gaan we verder. Dat was vorig jaar een beetje duwen en trekken. Maar op de resultaten mogen we best trots zijn.’
Marquanttoren
Er staat dit jaar veel te gebeuren op nieuwbouwgebied. Naast het Groninger Forum en de uitbreiding van het UMCG worden er vooral woningen gebouwd. De bouw van 300 woningen op de plek van het oude Oosterparkstadion, het Reitdiep, de Waterkrans en de Marquanttoren moet gereed komen. Daarnaast wordt begonnen met de bouw van de Tasmantoren die in 2009 af moet zijn, en de graafwerkzaamheden van de Meerstad waar de bouw in 2009 moet starten. Het is slechts een kleine greep uit de lijst waar nieuwe projecten beginnen.
Hoogbouw
Overigens zal Groningen niet alleen in de breedte, maar ook hier en daar in de hoogte groeien. ‘Die ontwikkeling is niet nieuw. We zijn al een tijdje bezig met een aantal spraakmakende locaties met hoogteaccenten. Niet omdat dat zo nodig moet maar omdat we vinden dat het bij de stad past. Hiermee willen we ook blijven werken aan de compacte stad, en alle schaarse vierkante meters grond benutten’, vertelt De Vries. De lastigste opgave vindt de wethouder dan ook om invulling aan nieuwe gebieden te geven. ‘Je moet jezelf voortdurend afvragen of vernieuwing een beetje goed valt bij mensen die in de wijken wonen. Dat is een extra uitdaging.’
www.nieuwbouw.groningen.nl
De verloedering van de PvdA
Over de sloop van sociale huurwoningen
In 1972 vond een congres van de PvdA plaats, dat werd onderbroken om onder leiding van Hans Kombrink in Den Haag enige uren te gaan demonstreren tegen de sloop van sociale huurwoningen. En alle afgevaardigden deden mee, want de PvdA had zojuist besloten om "aktiepartij" te worden om zodoende de kant te kiezen van de bewoners tegen de arrogante gemeentebestuurders. Dat was de tijd van Jan Schaefer, de legendarische buurtactivist die later wethouder en staatssecretaris zou worden en aan wie wij bijvoorbeeld te danken hebben dat de Amsterdamse wijk De Pijp niet volledig gesloopt is. De staatssecretaris van "In geouwehoer kan je niet wonen".
In 2001 sloten de woningcorporaties Mitros, Portaal en BO-EX een overeenkomst met de gemeente om 9600 sociale huurwoningen in Utrecht te slopen, voornamelijk na 1960 gebouwde woningen waar bouwkundig niets aan mankeert. Terwijl de PvdA zich in de 70-er jaren aansloot bij het verzet tegen sloop en kaalslag van sociale huurwoningen, is de PvdA sinds 2001 juist de grote promoter van de sloop van sociale huurwoningen. In dertig jaar kan veel veranderen!
De gemeente (lees: de PvdA) sprak in 2001 niet alleen met de corporaties af om 9600 sociale huurwoningen slopen, maar bovendien om die voor 70% te vervangen door koopwoningen en/of duurdere huurwoningen. In 1996 bestond 47% van de woningvoorraad in Utrecht uit sociale huurwoningen, de gemeente en de corporaties willen dat terugbrengen naar 35% in 2015. De sloopovereenkomst tussen de gemeente en de woningcorporaties werd namens de gemeente getekend door wethouder M.L. van Kleef (PvdA) en wordt sinds 2006 uitgevoerd door wethouder H. Bosch (PvdA).
Dat woningen die ná 1960 gebouwd zijn, vijftig jaar later zó verouderd zijn dat ze niet meer mee kunnen is natuurlijk onzin. De Utrechtse binnenstad staat vol met woningen die enige honderden jaren oud zijn en niemand haalt het in zijn hoofd om die te willen slopen. De woningen in Oog in Al, Tuinwijk, Wilhelminapark zijn allemaal vóór 1940 gebouwd en ook daarvan vindt niemand dat die nodig moeten worden gesloopt.
De vraag is nu: wat bezielt de PvdA, die in de 70-er jaren nog samen met de bewoners aktie voerde tégen sloop en kaalslag, om dertig jaar later de politieke partij te worden die zich het meest hard maakt vóór de sloop van sociale huurwoningen en het vervangen van die sociale huurwoningen door koopwoningen? Hoe kan een PvdA, die beweert op te komen voor de zwakken in de samenleving, het maken om de woningnood op te laten lopen onder de mensen met de laagste inkomens? Het Bestuur Regio Utrecht schreef in de Woningmarktmonitor 2009 dat de gemiddelde wachttijd voor starters opnieuw gestegen is van 5,4 jaar in 2007 naar 6,1 jaar in 2008 en dat deze wachttijd verder zal oplopen. In 1972 schreef de PvdA in haar verkiezingsprogramma dat iedereen vanaf 18 jaar het recht heeft op zelfstandige woonruimte. Dertig jaar later besluit de PvdA dat jongeren van 18 jaar, als ze geen huis kunnen kopen, nog wel 5 of 6 jaar bij hun ouders kunnen blijven.
In dertig jaar tijd heeft de PvdA een reuze ommezwaai gemaakt: van een sociale partij naar een bijzonder asociale partij. Een politieke partij die ervoor pleit om sociale huurwoningen te slopen en te vervangen door koopwoningen, waardoor de woningnood onder de laagstbetaalden toeneemt, kan je toch onmogelijk een sociale partij noemen? Hoe kan de PvdA beweren dat "iedereen meetelt", terwijl zij woningen voor de laagste inkomens sloopt?
De ommezwaai die de PvdA in dertig jaar gemaakt heeft van een sociale naar een asociale partij kan maar op één manier worden verklaard: een partij die al meer dan 30 jaar de baas is in steden als Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, daar komen intellectuele carrièrejagers op af en die gaan daar de lakens uitdelen. Voor gewone mensen, laat staan de laagstbetaalden, is in de PvdA van nu helemaal geen plaats meer. Wat er tegenwoordig in de gemeenteraad of in de Tweede Kamer zit voor de PvdA zijn allemaal gestudeerde types die nog nooit iets met hun handen hebben gedaan en altijd een mooi inkomen hebben gehad. Daarom ging het congres van de PvdA in 1972 nog wél de straat op om te demonstreren tegen de sloop van de sociale huurwoningen en is dat nu ondenkbaar.
De tijden zijn veranderd. In 1972 was de PvdA de partij van de bewoners en de woningzoekenden. Tegenwoordig is de PvdA de partij die belangen behartigt van de directeuren van de woningcorporaties, die vrijwel allemaal lid zijn van de PvdA en allemaal heel wat meer verdienen dan de Balkenende norm. Want laat één ding duidelijk zijn: het slopen van sociale huurwoningen en het vervangen daarvan door koopwoningen daar worden die woningcorporaties stinkend rijk van.
BRON: http://www.vrijepers.info/#45
Precies! Voor wie wordt er gebouwd, en voor wie is dat nog betaalbaar?
Op dit moment moeten honderden mensen hun huis uit vanwege de wijkvernieuwingsplannen, waarbij vooral ingezet wordt op sloop en verkoop van de betaalbare huurwoningen.
Strijd is nodig om nog voldoende voorraad sociale huurwoningen te behouden.
Zie ook:
http://semarang.web-log.nl/mijn_weblog/2008/02/bewoners_korrew.html
en
http://www.sash-groningen.nl
Hoeveel huizen zijn er in de sociale woningbouw voor afgebroken en hoeveel sociale huur komt er voor terug.
Dat is een vraag die ze niet willen hoeren en beantwoorden.