nieuws

09 jan 2003, 00:12

Wethouder betaalde gemeenteraadsraadslid Delfzijl ‘uit liefdadigheid’

De afgetreden wethouder E.M. Koning-Hoevelaken die heeft toegegeven maandelijks geld te hebben gegeven aan een gemeenteraadslid van haar eigen partij in Delfzijl, heeft dat gedaan ‘uit mededogen en liefdadigheid’. Dat heeft zij verklaard aan burgemeester Haaksman van Delfzijl.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Volgens de burgemeester heeft de opgestapte wethouder hem laten weten dat zij sinds de start van haar wethouderschap maandelijks een envelop met 300 euro overhandigde aan het gemeenteraadslid A. Bruininck. Deze was aanvankelijk lid van de partij Gemeentebelangen, waar ook mevrouw Koning lid is van. Volgens mevrouw Koning kon het raadslid het geld goed gebruiken omdat hij maar een zeer gering inkomen heeft. Hara geld was bedoeld als aanvulling op zijn uitkering.
Het college van B en W weet al sinds 19 december 2002 dat mevrouw Koning geld schonk aan het gemeenteraadslid. Die dag maakte zij er namelijk melding van tegenover het college nadat er grote politieke problemen waren uitgebroken binnen Gemeentebelangen. Dat conflict was zo hoog opgelopen dat vier fractieleden tijdens een raadsvergadering bekend maakten dat zij zich zouden afsplitsen. Een van hen was het raadslid Bruininck; het viertal besloot verder te gaan als ‘Lijst Bruininck’. De vier waren zeer ontevreden over het functioneren van hun eigen wethouder mevrouw Koning. Na afloop van deze raadsvergadering vertelde Koning in een emotioneel relaas aan het college van B en W dat zij haar partijgenoot Bruininck maandelijks geld gaf.
Volgens burgemeester Haaksman besloten B en W al in december om een onderzoek in te laten stellen naar deze uitlating van de wethouder. Nadat raadslid Bruininck had bevestigd dat hij maandelijk een bedrag kreeg, zij het volgens hem van 200 euro, besloot de burgemeester justitie in te lichten.
‘Het feit dat een wethouder maandelijks geld geeft aan een gemeenteraadslid is in strijd met de gemeentewet. In hoeverre daarvan daadwerkelijk sprake is geweest, dat moet justitie nu beoordelen’, aldus Haaksman. Het Openbaar Ministerie (OM) Groningen heeft inmiddels besloten een onderzoek in te stellen naar mogelijk strafbaar handelen door de wethouder of het raadslid uit Delfzijl. Het onderzoek wordt onder leiding van het OM Groningen uitgevoerd door de Rijksrecherche.
Het raadslid Bruininck heeft tegenover de burgemeester verklaard dat hij een afspraak had gemaakt met de wethouder over een maandelijkse bijdrage van haar van tweehonderd euro. Volgens hem was die afspraak gemaakt tijdens collegeonderhandelingen en nog voor mevrouw Koning op 25 april vorig jaar was benoemd tot wethouder.
Burgemeester Haaksman wilde niet ingaan op de vraag of het gemeenteraadslid Bruininck nu nog wel aan kan blijven. ‘Maar de positie van Bruininck is naar mijn idee wel moeilijk geworden’, aldus Haaksman.