De beroemde verdediger van Groningen, Carl von Rabenhaupt die in 1672 Bommen Berend zo smadelijk verjoeg bij Groningen, komt er maar bekaaid vanaf. Zijn buste staat op een achteraf plekje bij het Stadhuis. De fractie van het CDA laat bij monde van fractievoorzitter Jan Seton en raadslid Anne Kuik weten dat Rabenhaupt er volgens maar belabberd bij staat. ‘Geef Rabenhaupt een mooiere plek!’. Ze schrijven:
‘Aan de noordzijde van het stadhuis staat al geruime tijd – een beetje weggedrukt, altijd in de schaduw en op marktdagen onzichtbaar achter de wand van menig vis-of patatkraam – een bronzen buste van Carl von Rabenhaupt. Op de talloze gangen van raadsleden naar het stadhuis valt het onze fractie steeds meer op dat we de verdediger van onze stad eigenlijk met deze plek een groot onrecht doen.
De prachtige buste is gemaakt door Willem Valk als eerbetoon aan deze luitenant generaal die vlak voor het zgn “Rampjaar” (1672) voor 4000 rijksdaalders door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd ingehuurd om onze goede stad te verdedigen. Legers van de bisschop van Münster trokken op vanuit het zuiden en bombardeerden met veel gevechtskracht vanuit het zuidelijk gelegen Helpman de stad. Onder leiding van Von Rabenhaupt heeft de stad zich geweldig verdedigd. Toen bleek dat zijn aanvallen geen vat op de stad kregen trok de bisschop – alias Bommen Berend – zijn legers op 28 augustus terug! Deze geschiedenis wordt nog steeds herdacht en met vele festiviteiten gevierd. En het “Groots briljant vuurwerk” symboliseert nog steeds het lawaai dat moet hebben geklonken in de strijd in 1672.
De buste heeft lang een plaats gehad op de treden van de trap naar de zogenaamde luchtbrug tussen het huidige stadhuis en het inmiddels al weer verdwenen “nieuwe stadhuis” op de plek van de Waagstraat. Daar stond –historisch gezien- de buste precies goed: recht tegenover de Herestraat, waar Von Rabenhaupt in de richting van het zuiden keek.
Het gevaar kwam immers uit het zuiden! Vanuit het noorden had hij niets te vrezen. Na het afbreken van het nieuwe stadhuis en de bouw van de Waagstraat is het beeld verplaatst naar de noordkant van het stadhuis. Een historische vergissing lijkt ons. Hij kijkt nu in de richting vanwaar het gevaar nooit vandaan had kunnen komen. En regelmatig omgeven door een sterke vislucht. Ons is niet bekend dat die lucht destijds enige relatie had met de verdedigingsstrategie van Von Rabenhaupt. Het is al gezegd, een onopvallende, niet aansprekende koude plek, met de rug naar de vijand van destijds! Wij vinden daarom dat dit niet (meer) de plaats is die de man toekomt en uit historisch perspectief ook niet juist.
Het beeld zou dan ook weer geplaatst moeten worden op een plek kijkend in de richting van het zuiden, in de buurt van zijn oude plaats en in de vrije ruimte en niet tegen de achtergrond van een grijze muur.
Een goed alternatief zou ook kunnen zijn de ruimte in het brede deel van de Herestraat, zo tussen de plek waar de Herepoort ooit heeft gestaan en de huidige Hema. Maar misschien is er met een beetje creativiteit ook een andere plek te vinden. Voorwaarde moet zijn dat Von Rabenhaupt het zuiden in het oog houdt! ‘
Namens de CDA-fractie,
Jan Seton en Anne Kuik
De oorlog was geen godsdienstoorlog maar uitsluitend een politieke (territorilale). Katholieke Groningers hebben net zo hard meegeholpen de stad te verdedigen als de protestantse. De tweede wereldoorlog was ook geen oorlog van de protestantse Churchill tegen de katholieke Hitler, maar een pure machtstrijd.
Is dit niet een goed moment om te pleiten voor een volwaardig standbeeld van deze man? Niet alleen de kop. In de stad zijn er helaas weinig grote standbeelden, zo als je die ziet in steden als Amsterdam of Den Haag! Joris die de draak versloeg, zo´n formaat (staat ook al zo vreemd om de hoek bij de Martinitoren in de schaduw).
Overigens vind ik de naam bommend berend wel leuk voor het feest. Spreekt meer tot de verbeelding dan Carl von Rabenhoupt!
De protestant Von Rabenhaupt die de katholiek Von Galen wegjoeg...ook toen was de eenheid ver te zoeken :-)
Hier ben ik het roerend mee eens. Het is sowieso vreemd dat we onze feestdag noemen naar de man die onze stad aanviel, en niet naar de man die hem succesvol verdedigde.