nieuws

07 aug 2002, 00:12

Twaalf jaar geëist in zaak-Tjirk van Wijk

Advocaat-generaal L. van der Laan heeft dinsdag voor het gerechtshof in Arnhem twaalf jaar cel geëist tegen de 47-jarige H.H., wegens diens rol in de zeer gewelddadige dood van Tjirk van Wijk. Deze werd op 16 oktober 1999 in zijn woning in Groningen op gruwelijke wijze met een mes afgeslacht.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Hoofddader was D. de V. die door de rechtbank in Groningen werd veroordeeld tot veertien jaar cel en tbs. De V. berustte in dat vonnis. Mededader H. kreeg van de rechtbank twaalf jaar opgelegd. Hij ging wel in hoger beroep. Tot verrassing van velen sprak het hof in Leeuwarden hem vorig jaar vrij, omdat niet vast was komen te staan dat H. daadwerkelijk een aandeel had gehad in de dood van de 27-jarige, zwakbegaafde Van Wijk.
H. en De V. reisden op de bewuste dag per bus van Assen naar Groningen, om daar een vuurwapen te kopen. Beiden verkeerden onder invloed van sterke drank en cocaïne. In Groningen pleegden zij winkeldiefstallen. Om zich verborgen te houden voor de politie, belden zij aan bij de woning van de hen onbekende Tjirk van Wijk. Toen deze opendeed, viel De V. hem onmiddellijk aan. Korte tijd later diende De V. het slachtoffer enkele tientallen messteken toe. Op aandringen van De V. stak H. ook enkele malen.
Na H.'s vrijspraak in Leeuwarden ging het Openbaar Ministerie in cassatie bij de Hoge Raad. Dit hoogste rechtscollege vond dat de zaak-H. opnieuw moest worden behandeld, dit maal door het hof in Arnhem. In Arnhem betoogde aanklager Van der Laan dat H. wel degelijk straf verdient voor zijn aandeel in de volstrekt willekeurige slachtpartij. H. wist dat Van Wijk in doodsnood verkeerde maar stak geen vinger naar hem uit. Tenslotte liet hij zich overhalen zelf enkele messteken toe te dienen. Dat H. bang zou zijn geweest voor De V. en daarom zijn bevelen opvolgde, is niet gebleken, aldus Van der Laan.
Het Leeuwarder hof kwam onder meer tot vrijspraak omdat Van Wijk vermoedelijk dood was toen H. stak. Van der Laan keert die redenering om: men moet er vanuit gaan dat Van Wijk toen nog leefde, tenzij het tegendeel onomstotelijk vaststaat. Advocate G. van der Zee vindt dat H. opnieuw moet worden vrijgesproken, onder meer omdat H. uit angst voor De V. zou hebben gehandeld.
Het hof doet uitspraak op 20 augustus.