nieuws

16 jan 2001, 00:12

''Schilderen komt met de jaren, net als wijsheid''

In een tijd waarin de kunst vernieuwend moet zijn en de computerkunst en de fotografie hun rechten opeisen, lijkt er steeds minder plaats te zijn voor het traditionele vakmanschap van de oude rotten in het vak. Maar de stad-Groninger kunstenaar Martin Tissing (64) laat juist in deze periode zien dat het hanteren van penseel, verf en kleur indrukwekkende en poëtische werken kan opleveren. Het bewijs daarvan is sinds 13 januari te vinden in het Groninger Museum. Tot en met 13 mei 2001 is in dit museum een tentoonstelling van de werken van de afgelopen tien jaar te zien. Ook het Centrum Beeldende Kunst schenkt aandacht aan de schilder. Vanaf 16 oktober 2001 is in het CBK een overzichtstentoonstelling te bezichtigen.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Als veertienjarig jongetje, zittend op een brug, zag Martin Tissing een donkere, dreigende wolk zijn kant opkomen. In het vreemde licht dat door het onweer boven het land ontstond, herkende hij een van Van Goghs schilderijen. Toen wist hij: “Dat ga ik ook doen.”

Inmiddels is het ruim een halve eeuw later en hangen er in het Groninger Museum veertig van zijn werken uit de afgelopen tien jaar. In tegenstelling tot conservator Han Steenbruggen, die bij de opening toegaf het jammer te vinden dat het geen overzichtstentoonstelling is, is Tissing erg tevreden met de keuze. “Ik ben zeker niet teleurgesteld dat er alleen maar werken uit de afgelopen tien jaar te zien zijn. Mijn andere werken komen nog wel in het Centrum Beeldende Kunst te hangen. Bovendien vind ik dat er een hele mooie selectie is gemaakt, ik had het zelf ook zo gedaan. Uit honderdvijftig schilderijen deze keuze maken, vind ik prachtig.”
Als broche op mooie jurk

Volgens Kees van Twist, directeur van het Groninger Museum, komen de werken van Tissing juist door de gekleurde ruimten in het museum goed tot hun recht. Martin Tissing beaamt dit: “Mijn schilderijen hangen in dit museum als een broche op een mooie jurk. In galerieën hangen de doeken tegen een saaie, witte achtergrond. Hier zijn de kleuren van de wanden in harmonie met de doeken.”
Hoewel de werken uit de beginjaren van Tissing geschilderd zijn in een stijl die herinneringen oproept aan de Groningse kunstenaarsvereniging De Ploeg, is het huidige werk van de Groningse kunstenaar uitermate persoonlijk. Met zijn kenmerkende lyrisch-abstracte stijl geeft Tissing de kijker een blik in zijn eigen werelden. De ster is het steeds terugkerend motief en staat synoniem aan denken, verlangen en begrip. De schilderijen van Tissing bevatten doorgaans slechts enkele vormen of tekens die geplaatst zijn tegen gekleurde achtergronden. Deze kleurvlakken zijn ontstaan door het laag over laag aanbrengen van verschillende kleuren.
Niet alleen de stijl, maar zeker ook de kwaliteit van de schilderijen van Tissing, is in de loop der jaren aan veranderingen onderhevig geweest. Als Tissing begin jaren negentig zijn carrière als docent op Academie Minerva vaarwel zegt, geeft dit een nieuwe impuls aan zijn werk. Als schilder wordt hij productiever en zijn werken worden vrijer en speelser. Han Steenbergen ziet deze verandering als positief: “Tissing is een schilder die groeit, zoekt en uiteindelijk aankomt op zijn plaats. Hij wordt mooier naarmate hij ouder wordt.” Tissing is het met hem eens: “Bij schilderen hoort een lange adem, dat geldt ook voor mij. Kijk maar naar Picasso en Braque, zij hadden jaren nodig om te volgroeien.”
Aandacht voor elk detail

Tissing was nog maar drieëntwintig jaar toen toenmalig directeur van het Groninger Museum, De Gruyter, in de jonge schilder al een veelbelovend kunstenaar zag. De Gruyter ijverde voor de moderne kunst en richtte zich daarbij op jonge kunstenaars. Op aanraden van De Gruyter sloot Tissing zich toen aan bij de kunstgroep ‘Nu’, die uit plaatselijke modernisten bestond.
Begin jaren tachtig is er een stijgende lijn te vinden in de appreciatie van het expressieve schilderen. Tissing, die op dat moment een stijl aanhoudt tussen het figuratieve en het abstracte in, ondervindt daarmee een herwaardering van zijn werk.
Anno 2001 wordt Tissing gezien als een van de meest invloedrijke Groningse kunstenaars van deze tijd. Eén van zijn oud-leerlingen, kunstenaar Tjibbe Hooghiemstra, zegt over Tissing: “Zijn manier van kijken naar een kunstwerk is bijzonder. Hij heeft aandacht voor elk detail. Het is een man van wie ik veel heb geleerd.”
De Gruyter heeft de jonge Tissing goed ingeschat. Er was een lange adem voor nodig, en dat hoort bij de grote meesters in de kunst, maar eindelijk is Tissing volgroeid. Zelf vergelijkt hij schilderen met wijsheid: “Wijsheid komt met de jaren, zeggen ze. En zo is dat met schilderen ook.”
Marieke Julia Bos
;