nieuws

17 dec 2001, 00:12

PvdA-fractievoorzitter: ‘VVD-gedeputeerde Boertjens praat z’n mond voorbij’

De fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid in Provincie Staten H. Gerritsen heeft VVD-gedeputeerde Joop Boertjens op de korrel genomen. De VVD gedeputeerde, die toch al in onrustig vaarwater zwemt dankzij een affaire met dubbele subsidie bij Groningen Seaports, heeft volgens de PvdA uitspraken gedaan die in strijd zijn met het provinciale beleid. De kritiek is opmerkelijk omdat de VVD een (kleinere) coalitiegenoot is van de PvdA.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Het betreft uitspraken van gedeputeerde Boertjens in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Regionale Commissie Noordelijke Zeehavens. Boertjens pleitte er uit dien hoofde voor dat er wat minder aandacht komt voor het natuurbehoud en dat de noordelijke zeehavens een grotere vrijheid moeten krijgen. Boertjens reageerde daarbij op het ontwerp voor een nieuwe Planologische Kernbeslissing Waddenzee. In dat ontwerp is te veel aandacht voor het natuurbehoud, meent Boertjens.
Dat nu is bij de PvdA in het verkeerde keelgat geschoten, zo blijkt uit vragen van Gerritsen aan Commissaris Alders. Hieronder de vragen van fractievoorzitter Gerritsen en zijn PvdA-collega Statenlid J.H. Bakker.
‘De fractie van de Partij van de Arbeid heeft recentelijk in de media kennis genomen van een aantal opvattingen van de Regionale Commissie Noorderlijke Zeehavens, zoals deze bij monde van haar voorzitter J.R.A. Boertjens naar voren zijn gebracht. Zijn uitlatingen betreffen een reactie van de voornoemde commissie op het ontwerp PKB-Waddenzee en werden geuit in de context van een werkbezoek van de vaste kamercommissie voor VROM te Leeuwarden. Het betreft de opvatting dat in het ontwerp-PKB Waddenzee sprake zou zijn van een eenzijdige denkwijze over natuurbehoud en dat de mogelijkheden voor de noordelijke zeehavens verruimd dienen te worden.'
‘Gelet op de inhoud van deze reactie, ziet onze fractie graag op korte termijn de volgende vragen beantwoord: 1. Hoe dienen de uitlatingen van de heer Boertjens te worden gezien in het kader van de eerder door de gezamenlijke noordelijke provincies opgestelde reactie op de PKB- Waddenzee? Deelt het College de mening van de PvdA fractie dat de opvatting van de heer Boertjens over de conceptversie van de PKB-Waddenzee in strijd is met de gezamenlijke reactie? 2. Is het College het met de PvdA fractie eens dat juist met dit gevoelige dossier een consistente opstelling van het College en haar leden de voorkeur heeft en dat spreken met twee monden voorkomen moet worden, zeker nu juist het kabinet het standpunt van de noordelijke Provincies inzake de PKB-Waddenzee lijkt over te nemen? 3 Is het college het met de PvdA fractie eens dat bij dubbelfuncties het primaat moet liggen bij de politieke functie en dat terughoudendheid geboden is bij nevenfuncties?. 4 Wat is het college voornemens te doen om alsnog de nodige politiek helderheid te scheppen aangaande opvatting van het noorden m.b.t. de ontwerp PKB Waddenzee? . Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet namens de fractie van de PvdA,' J.H. Bakker J.C. Gerritsen