nieuws

16 jan 2001, 00:12

Prominent architect hekelt Groningse architectuur ‘zonder samenhang’

Een van de meest toonaangevende architecten van Noord-Nederland heeft forse kritiek op de architectuur van de gemeente Groningen en op de volgens hem mislukte architectuur van het nieuwe Provinciehuis. ‘Het is een puinhoop met de nieuwe Groningse architectuur’, zo betoogt deze architect, Cor Kalfsbeek, vanmiddag in het Nieuwsblad van het Noorden.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Cor Kalfsbeek is een bekend noordelijk architect die een reputatie opbouwde door de wijze waarop hij oude en nieuwe architectuur in de historische context weet te combineren. Maandagmiddag is hij aan het woord in de rubriek ‘Het woord op maandag’, een wekelijkse rubriek in het Nieuwsblad waarin prominente noorderlingen het woord krijgen. Volgens Kalfsbeek gaat het compleet de verkeerde kant op met de architectuur in de stad Groningen, waar Groningen enkele jaren geleden nog tot de meest toonaangevende architectuur-steden van Nederland werd gerekend.
Maar door een verdere liberalisering ontstaat er een ratjetoe aan architectonische vormgeving, zo vindt hij. Dat is duidelijk te zien in de nieuwste villa-wijk van Groningen, de Piccardthof, vlakbij de Hoornse Plas.
‘In de nieuwe wijk Piccardthof gaat iedereen z’n eigen gang. Met bruut geweld ontstaat er een diversiteit aan architectuur en kavels, die zich volkomen vervreemdt van het prachtige water- en rietlandschap. Je bent ten einde raad’, zegt hij over die wijk. De Provincie Groningen heeft ook weinig kaas gegeten van architectuur, in zijn ogen. Het nieuwe provinciehuis is volgens hem althans mislukt, ‘De nieuwe bibliotheek in de Boteringestraat in Groningen, dàt is wel heel erg mooie architectuur. Maar het nieuwe Provinciehuis, daar is het niet gelukt de historische bebouwing aan de linker- en rechterkant te pakken. En dat is wel de opgave’, zo betoogt de 67-jarige architect. Volgens hem is de gemiddelde architect momenteel ‘ in feite niet capabel’. Meer van Kalfsbeek in die krant op pag. 3.
;