nieuws

10 dec 2001, 00:12

Open brief tot behoud van het Universiteitstheater Groningen

De Groninger Vic Diederen heeft een open brief geschreven aan de Rijksuniversiteit en aan het college van B en W. Daarin pleit hij voor het open houden van het Universiteitstheater

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Volgens hem wil de RUG het Universiteitstheater sluiten, en daarmee komt het laatste restje cultuur in het fraaie Harmoniecomplex te vervallen. In dit gebouw in de Kijk in ’t Jatstraat was ooit de Harmonie gevestigd, totdat de Oosterpoort werd gebouwd. Volgens een boze Diederen blijft er van cultuur in het gebouw niets over wanneer snode plannen van de universiteit doorgaan. Hij roept B en W van Groningen op pal te staan voor het voortbestaan van het Universiteitstheater. Hieronder de brief:
‘Geachte leden van het College van Bestuur van de RuG en van het College van B & W,
Na de sloop van de Harmonie, een van de mooiste concertzalen van Europa, door de gemeente, wil de universiteit nu het laatste restje cultuur uit het Harmoniecomplex verbannen: het Universiteitstheater (UT) . Dit theater kan enkele Weerwerkbanen niet omzetten in vaste banen en de universiteit weigert vooralsnog hiervoor bij te betalen. Het voortbestaan van het UT is zonder deze mankracht onmogelijk. Dat de universiteit graag voor een dubbeltje op de eerste rang zit als het om cultuur gaat bleek vorig jaar al bij de aanstelling van de Huisdichters. De twaalf goedkope flessen beaujolais primeur voor de zes gedichten die ze elk in functie publiceerden moesten zelfs nog uit de persoonlijke collectie van de rector magnificus komen. Diens smaak in wijn is blijkbaar als het cultuurbeleid van de RuG. Hoewel goede wijn eigenlijk geen krans behoeft, wil ik hier toch pleiten voor het voortbestaan van het UT. Het UT maakt deel uit van de theatertraditie van een universiteit die zichzelf zo graag ‘klassiek’ noemt. Juist theater vormde een hoogtepunt in de klassieke beschavingen: een theater afschaffen en jezelf vrolijk klassiek blijven noemen: dat zou pas echt een tragedie zijn.
Het UT heeft bovendien binnen deze ‘klassieke universiteit’ een belangrijke eigen functie naast het bestaande cultureel centrum, de USVA. De theaterzaal van het UT is groter en daarmee beter geschikt voor bepaalde typen voorstellingen, zoals dans en grotere toneelproducties. Ten tweede bedient de zaal van het USVA in de eerste plaats de USVA-cursisten, terwijl het UT een breed scala van uitvoerenden, vooral van binnen maar ook van buiten de universiteit, een podium biedt. Daarmee is het UT een echt universiteits- en stadspodium. Hierin ligt ook het kwalitatieve verschil tussen het UT en de USVA: het UT is de theaterzaal van de universiteit en de USVA het cultureel cursuscentrum. Tot slot probeert het UT zoveel mogelijk op semi-commerciële basis te draaien, een houding van ‘ondernemend kunstenaarschap’ die door het Rijk in de Cultuurnota juist aangemoedigd en beloond wordt. De Rijksuniversiteit wil het UT ‘belonen’ met opheffing. Als de Rijksuniversiteit haar verantwoordelijkheid niet neemt, wil ik de gemeente oproepen het overheidsbeleid en het UT te redden. Hoewel ik besef dat zij formeel geen partij is, heeft zij mijns inziens een grote ‘culturele ereschuld’ in te lossen na de vele cultuurmiljoenen die kort na elkaar werden verspild aan megaflops als ‘Via Dorkwerd’ en de verkapte vastgoedpromotie van ‘Blue Moon’. Dan zwijg ik nog van de verkwanseling van De Harmonie indertijd. Zolang het de gemeente en de lokale cultuurpausen aan realiteitszin, verantwoordelijkheidsgevoel en organisatievermogen ontbreekt om grote subsidieverslindende projecten aansprekend te maken voor een groot publiek, doet de gemeente er wellicht beter aan het kleine in de stad te eren; dat haalt doorgaans wel positief de krant en als er daar iets misgaat kost het geen miljoenen. Ik roep beide colleges van bestuur dan ook met klem op het niet zover te laten komen dat de universiteit haar theaterzaal verliest en de stad een volwaardig podium. Een universiteit zonder theater is als een tempel zonder altaar, een gemeenschap zonder solidariteit. Dit is niet ‘grand’ maar ‘cru’, dus redt het UT. Hoogachtend,
Vic Diederen Stichting Rubato.'
;