nieuws

09 jul 2002, 00:12

Noodopvang voor vluchtelingen in Groningen stopt; ‘Gemeente moet taak maar overnemen’

Het Groningse Heymanshuis, de landelijk als eerste opgezette noodopvang voor vluchtelingen die gesubsidieerd werd door de lokale overheid, wordt gesloten. Volgens de vrijwilligers wordt het tijd dat de gemeente Groningen haar activiteiten overneemt.
Het Groningse Heymanshuis, de landelijk als eerste opgezette noodopvang voor vluchtelingen die gesubsidieerd werd door de lokale overheid, wordt gesloten. Volgens de vrijwilligers wordt het tijd dat de gemeente Groningen haar activiteiten overneemt.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

De Stichting Noodhulp Vreemdelingen van de gezamenlijke kerken in Groningen legt het bijltje erbij neer. Nadat voor enige weken tussen de dertig en veertig vluchtelingen - die meer dan acht maanden werden opgevangen in het Groninger Heymanshuis omdat zij geen kant op konden en kunnen – met een tweeregelig briefje de wacht werd aangezegd, heeft het bestuur van de kerkelijke stichting en haar directie van het Heymanshuis haar plannen in een plenaire bijeenkomst aan de vluchtelingen, die zij met gemeenschapsgeld huisvest, voorgelegd.(*) Hun opvang in het Heymanshuis wordt definitief beëindigd. Op deze zitting is aan de vluchtelingen tevens meegedeeld dat zij een verklaring moeten ondertekenen waarin zij toezeggen actief te zullen meewerken aan hun verwijdering uit de Noodopvang. Als de vluchtelingen zouden weigeren deze verklaring te ondertekenen, dan zou “Het Heymanshuis zich nergens meer aan gebonden voelen” en konden de vluchtelingen ieder moment op straat worden gezet. De problemen van de uitgesloten vluchtelingen ligt nu weer direct op het bord van de Gemeente Groningen.
Na het failliet en de sluiting van het verwijdercentrum Ter Apel op 1 juli 2000, heeft het Ministerie van Justitie besloten dat vanaf die datum vluchtelingen die niet terugkunnen naar hun land van herkomst in elke gemeente van Nederland op straat gezet kunnen worden. Bovendien werd aan de legaal in Nederland verblijvende Dublinclaimanten(**) en vluchtelingen die door onzorgvuldig handelen van de IND gedwongen waren een tweede asielaanvraag in te dienen het recht op opvang ontzegd. Dit repressieve beleid vanuit Den Haag had tot gevolg dat de problemen van de vluchtelingen bij de aan hun zorgplicht gebonden lokale overheden werden gedumpt. Groningen was de eerste gemeente die haar verantwoordelijkheid voor de door Justitie uitgesloten vluchtelingen met een subsidie aan een particulier initiatief van de gezamenlijke Groningse kerken afkocht. Inmiddels hebben een vijftigtal gemeenten deze noodopvangconstructie overgenomen. Na maanden van discussie tussen de Staatssecretaris van Justitie en meerdere gemeentelijke en provinciale bestuurders en de VNG, heeft mevrouw Kalsbeek in een schrijven van 29 juni 2001 er mee ingestemd dat de gemeenten vrij zijn om de door haar uitgesloten Dublinclaimanten, vluchtelingen met een tweede asielaanvraag en vluchtelingen die niet terugkunnen naar hun land van herkomst - maar zich bereid verklaren op te rotten naar dit land waar ze niet heen kunnen – op te vangen. Het wordt tijd dat de gemeente Groningen haar eigen verantwoordelijkheid en de ruimte die de Staatssecretaris haar geboden heeft voor de opvang van vluchtelingen serieus neemt door het zelf opzetten van een – in tegenstelling tot het Heymanshuis – werkelijk humane opvang voor alle uitgesloten vluchtelingen. Groningen zou dan eindelijk de consequenties trekken uit de op 17 december 1997 en 28 maart 2001 aanvaarde moties dat de gemeente Groningen niet meewerkt aan een inhumaan beleid waarbij vluchtelingen in Groningen op straat worden gezet. Op 27 juni jl. hebben, na politieke druk van het Platform van Vluchtelingen voor een Verblijfsvergunning na 3 jaar en andere maatschappelijke organisaties, het nieuwe College van B & W en de gemeenteraad dit uitgangspunt opnieuw bevestigd. Het politieke antwoord zou moeten zijn: Een humane opvang waar de uitgesloten vluchtelingen niet worden gekleineerd maar zelf grotendeels hun opvang kunnen invullen met ondersteuning van professionele krachten onder directe verantwoordelijkheid van en bekostigd door de gemeente. Tevens zou er een vertrouwenscommissie voor de opgevangen vluchtelingen moeten worden gevormd. Met de keuze voor deze nieuwe vorm van opvang wordt een politiek signaal gegeven naar andere gemeenten en de rijksoverheid, dat het schenden van de mensenrechten van vluchtelingen in Nederland ongedaan kan worden gemaakt. Opdat ook uitgesloten vluchtelingen een verblijfsvergunning krijgen.