nieuws

15 okt 2015, 17:05

Groninger stadsfiguren: van Jan Roos tot Edsel en Ferdinand

Groninger stadsfiguren: van Jan Roos tot Edsel en Ferdinand

Hij kwam al even langs deze week, op de Facebook-pagina van de Groninger Internet Courant: Jan de Roos, beter bekend onder zijn oh zo originele artiestennaam Jan Roos. De zelfbenoemde stadszanger van Groningen was bij leven een fenomeen en nog steeds komt hij vaak ter sprake. Vraag de iets oudere Groninger naar een typische stadsfiguur en velen zullen Jan Roos oplepelen, begeleid door herinneringen aan zijn luide vibrato stemgeluid, zijn slipjas vol medailles en de onafscheidelijke wandelstok, waar hij nog weleens een ferme tik mee uitdeelde als iemand openlijk de spot dreef met zijn zangkunsten.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Jongere generaties zullen zich Jan Roos echter niet herinneren. Voor hen is hij enkel een naam die ze weleens van hun ouders hebben gehoord. Maar ook die jongere Stadjers hebben hun eigen stadsfiguren. Wat te denken van Edsel, de drugsverslaafde Antilliaan die iedereen om een ‘goelden’ vroeg en wiens tarief nogal eens aan inflatie onderhevig was. Hij kon ook maar zo om vijf ‘goelden’ vragen en na de introductie van de euro vroeg hij vrijwel altijd maar direct om twee ‘oero’.

Het verhaal ging dat Edsel uit een gegoede Antilliaanse familie kwam. Zijn broers zouden allemaal advocaat of arts zijn en – zo werd onder de jeugd weleens beweerd – Edsel zelf was ook helemaal niet zo arm als hij zich voordeed. Misschien is het verhaal over zijn welgestelde familie wel waar, maar Edsel genoot daar in elk geval nooit van mee. Op sommige dagen, waarschijnlijk als z’n shot nog ver weg leek, vroeg hij zelfs niet meer vriendelijk om ‘goeldens’ of ‘oero’s’, hij eiste ze bijna. En wee hij of zij die weigerde, die kreeg een scheldkannonade en een ziedende blik uit een fors loensend oog te verduren. 

In dit rijtje mag ook zeker Ferdinand Spekreijse niet ontbreken. Bij de meeste mensen vooral bekend als die schreeuwende zwerver. Ferdinand, van oorsprong een Tukker, was helemaal geen zwerver, maar schreeuwen kon hij wel. Hij wist in zijn tijd heel wat mensen de stuipen op het lijf te jagen door onopvallend achter ze te gaan staan en er vervolgens een ijzingwekkende schreeuw uit te gooien. En wie zich omdraaide werd niet op zijn gemak gesteld door een vriendelijk gezicht, maar door een wilde tronie, met een al even wilde haardos eromheen.

Het was dan ook een feestje om op zaterdagmiddag een uurtje achter hem aan te lopen. Je lag geheid een paar keer dubbel. Zat de trap voor het stadhuis vol, dan sloop Ferdinand aan de andere zijde naar boven om vervolgens met een schreeuw de traphangers naar beneden te jagen. Wat maar weinigen wisten, was dat Ferdinand lange tijd in een appartement achter het nieuwe academiegebouw woonde, vanwaar hij, gehuld in de eeuwige lange regenjas, zijn lege kratjes bier voor zich uit door de binnenstad trapte.

Jan Roos, Edsel en Ferdinand: het zijn slechts drie van de vele straatfiguren/antihelden die horen bij Groningen. We hebben het nog niet eens gehad over Plopatou, de Febo-zanger, Pief, ‘hij met z’n make-up, rubber laarzen en keyboardje’ en … ach, vult u zelf ook maar aan, lezers van de GIC, want we kunnen zo nog wel even doorgaan.

Door: Jelte Stol

;