nieuws

10 jun 2013, 09:09

Groningse oppositiepartijen: onderzoek OZB-verhoging

Groningse oppositiepartijen willen weten wat de gevolgen er van zouden zijn wanneer de OZB  in Groningen met 2,5 procent omhoog gaat. Volgens ChristenUnie, Stadspartij , GroenLinks, en Student en Stad is het belangrijk om straks een duidelijke keuze te kunnen maken bij de komende, zeer zware bezuinigingen. Het huidige college met daarin VVD, D66, CDA,PvdA en SP wil juist geen verhoging van de OZB. Maar de oppositiepartijen vinden dat in ieder geval uitgezocht moet worden wat de gevolgen zouden zijn van een OZB-verhoging met 2,5 procent.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

‘’Het gebrek aan keuzemogelijkheden maakt het voor ons juist moeilijk richting te geven en kaders te stellen. De door uw college gemaakte keuzes voor de hoogte en invulling van de bezuinigingen kunnen niet worden afgewogen tegen alternatieven wegens gebrek aan informatie. Wij hebben behoefte aan een keuzenota. Daarom vragen wij het college, vooruitlopend op het technisch vragenuur van aanstaande maandag 10 juni, om de raad beter in stelling te brengen om het voorjaarsdebat op een zinvolle manier te voeren.’

 

‘Om de keuzes en alternatieven inzichtelijker maken, vragen wij u het volgende:

*Er is een relatie tussen de financiële opgave en het gewenste niveau van het weerstandsvermogen. Uw college stelt voor om het weerstandvermogen op 0,75 te brengen. Wij willen graag inzicht in de gevolgen van andere keuzes. Kunt u aangeven welke financiële
ruimte ontstaat of nodig is als je kiest voor een lager of een hoger weerstandsvermogen in demarge 0,7 tot 0,8?’

 

* U geeft in uw brief aan dat een van uw financiële uitgangspunten is terughoudend te zijn met lastenverhoging. Niettemin zou het voor een integrale weging goed zijn als de raad kon beschikken over enig inzicht in de baten van een beperkte ozb-stijging. Kunt u aangeven
welke jaarlijkse inkomstenverhoging en bijbehorende investeringsruimte gerealiseerd zou kunnen worden door een ozb-stijging van 2,5% voor woningen en/of niet-woningen?’

;