nieuws

02 feb 2001, 00:12

Groningse hoteldirecteuren verdeeld over belang nieuwe noordzijde

“Het maakt voor de toerist echt niet uit of er een lelijk en vierkant gebouw als de V&D aan de noordzijde staat,” denkt Johan Bloem(42). In dit vierde deel van ‘Groningers over de Nieuwe Noordzijde’ praat de Groninger Internet Courant met de directeuren van twee vooraanstaande hotels. Hoewel beide hoteldirecteuren voorstander zijn van de parkeergarage, lopen de meningen over andere onderdelen van het plan uiteen.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

“Toeristen hebben geen interesse voor mooie architectuur, die komen alleen maar om te winkelen,” zegt Johan Bloem, directeur van hotel De Doelen aan de Grote Markt. De directeur van hotel De Ville aan de Oude Boteringestraat, Jacques Muller (40), ziet het anders: “Een opwaardering van de noordzijde is van levensbelang als je als stad voor bezoekers aantrekkelijk wilt blijven.” Beiden zijn wel van mening dat de parkeergarage onmisbaar is voor Groningen. Het wordt volgens de mannen tijd dat het imago van Groningen als ‘een stad met een onbereikbaar centrum’ tot het verleden gaat behoren. Dat de komst van een parkeergarage voor Johan Bloem voor tijdelijke overlast zal zorgen, neemt hij op de koop toe: hij heeft zijn plannen al klaar. En dat ‘die sprieterige boompjes’ dan eindelijk van het Kwinkeplein verdwijnen, is ook niet zo erg, vindt Muller.
Muller ziet zichzelf als een ‘uitgesproken voorstander’ van de ambitieuze plannen van de gemeente. “Het imago van een stad bepaalt de toeristische aantrekkingskracht. Met het Groninger uitgaansleven is het wat dat betreft ook wel prima in orde. Maar meer diversiteit in het winkelaanbod, met name meer chiquere winkels, zou Groningen zeker aantrekkelijker maken voor toeristen.” Een vernieuwing van de noordzijde is volgens hem van levensbelang om aantrekkelijk te blijven voor toeristen. “Als de plannen niet door zouden gaan, zou dit zeker gevolgen hebben voor het toerisme.” Bloem daarentegen is van mening dat het toeristen weinig uitmaakt hoe de noordzijde van de markt eruit ziet. “Bezoekers hebben daar geen belangstelling voor, die komen af op de gezellige kroegen en de winkels. Het maakt ze echt niet uit of er een lelijk, vierkant gebouw als de V&D staat. Toeristen komen niet voor mooie architectuur. ”
Nieuwe noordzijde of niet, over één ding zijn de twee directeuren het eens: de parkeergarage moet er zeker komen. Bloem is van mening dat het met de bereikbaarheid van het Groningse centrum belabberd gesteld is. Bovendien kunnen zijn hotelgasten hun auto niet in de buurt van De Doelen parkeren. De komst van de garage zou ‘top’ zijn, zoals hij het verwoordt. “Het gebeurt vaak dat gasten me vragen waar ze hun auto kwijt kunnen. Ik verwijs ze dan maar naar het casino, maar dat is toch twee kilometer verderop. Ik heb nog overwogen om een parkeerbusje in te zetten, maar een parkeergarage zou helemaal prachtig zijn. Dan kunnen onze gasten hun auto voor de deur kwijt.”
Muller heeft geen direct belang bij een parkeergarage omdat zijn hotel een privé-parkeerplaats voor gasten heeft, maar ziet toch grote voordelen. Muller: “Wat betreft de bereikbaarheid heeft de stad een enorm imagoprobleem. Een garage op zo’n prominente plaats stelt daar eindelijk wat tegenover. Als de plannen niet doorgaan wordt Groningen in haar ontwikkeling jaren teruggezet. En dat heeft zeker gevolgen voor het toerisme. Kijk maar naar de parkeerfaciliteiten in steden als Drachten en Assen. Dat heeft Groningen al veel bezoekers gekost.”
De argumenten van tegenstanders van de parkeergarage bestempelt Muller dan ook als ‘onnozel.’ “Dat de toegangsgebouwtjes voor de parkeergarage ontsierend zouden zijn, is misschien een kwestie van smaak maar met de Ossenmarkt als voorbeeld zie ik het bezwaar niet. Ik hoor nooit iemand mopperen over bushaltes en semi-permanente marktstalletjes.” Ook de argumenten van natuurliefhebbers gaan er bij Muller niet in. “Het zou te dol voor woorden zijn als zo’n groot project niet door mag gaan vanwege het verdwijnen van een aantal ‘sprieterige’ bomen op het Kwinkeplein.”
Ook de verwachte overlast voor terrasbezoekers van de Grote Markt is geen reden om de plannen te verwerpen. Bloem heeft, als directeur van de meeste cafés aan de zuidzijde, zijn oplossing al klaar. Bloem: “Als de markt open ligt en het gaat waaien, dan vliegt het zand je om de oren. Ik zie hiervoor maar één oplossing: een grote schutting plaatsen. De schutting loopt dan helemaal achter het terras langs, zodat de terrasbezoekers geen last meer hebben van het stuifzand.” Maar Bloem voorziet nog een ander probleem: “Ik ben bang dat de graafmachines voor veel geluidsoverlast gaan zorgen. Het is niet erg prettig als je je gesprekspartner niet meer kan verstaan door het lawaai van de machines. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we hier aan de zuidzijde veel omzetverlies zullen leiden omdat veel mensen in de Poelestraat op het terras gaan zitten.”
Ondanks het verwachtte omzetverlies is Johan Bloem van plan om op 21 februari vóór te stemmen. “Omdat het belangrijk is dat mijn gasten straks hun auto voor de deur kunnen parkeren, voel ik me erg betrokken bij de plannen. Daarom ga ik ook zeker stemmen.” Omdat Jacques Muller geen inwoner is van de stad Groningen, mag hij op 21 februari zijn stem niet uitbrengen. Wat deze ‘uitgesproken voorstander’ zou gaan stemmen moge duidelijk zijn…

Marieke Julia Bos
;