nieuws

26 nov 2002, 00:12

Groninger ontwikkelt wetenschappelijke methode om God 'te lezen'

Een cum laude afgestudeerde Gronings onderzoeker heeft een methode ontwikkeld om God op te sporen door Zijn vreemde manier van communiceren te doorgronden.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Voor wie de Nederlandse taal machtig is, is gemakkelijk te begrijpen dat het bijvoorbeeld bij de uitdrukking ‘het ijs is gebroken’ gaat om een vorm van overdrachtelijk spreken. Je zegt het ene, maar bedoelt het andere. Als je de uitdrukking ‘het ijs is gebroken’ gaat analyseren, zou je kunnen opmerken dat ‘ijs’ staat voor kou, ook in de menselijke verhoudingen. Als het ijs is gebroken, is de kou uit de lucht. Voor de middeleeuwer was het tekenkarakter van de taal nog vanzelfsprekender dan bij ons het geval is. Niet alleen de taal is teken, zelfs alle dingen in de werkelijkheid waarnaar taal verwijst, kan een verborgen betekenis in zich bergen. Woorden en dingen, ja zelfs historische gebeurtenissen, ze zijn teken van een andere wereld: Gods wereld. God spreekt tot mensen in de bijbel. Dat doet hij niet alleen in mensentaal, met woorden, maar ook met zijn eigen (want door Hemzelf geschapen) taal van de dingen. Dingen op aarde zijn tekens van de onstoffelijke wereld van God. God verpakt als het ware zijn boodschap in de dingen van de werkelijkheid. Het is vervolgens aan de mens om die vreemde manier van communiceren te ontcijferen. In de bijbeluitleg werd voor deze Godstaal een methode van decodering ontworpen. Dit systeem noemt men de allegorese. Achter de woorden, dingen en historische feiten van de bijbel gaat een diepere, geestelijke betekenis schuil.
Daarom is het historische vertrek van het joodse volk uit Egypte een vooruitwijzing naar het vrijkopen van de mens door de Messias. Een lam is niet gewoon een lam, maar teken van Christus. De leeuw kan Christus aanduiden, maar evengoed teken van de duivel zijn. Daarvoor moet je deze methode onder de knie krijgen. De allegorische uitleg past men in de Middeleeuwen toe op de bijbel, de schepping of de natuur, en ook op de liturgie. Het proefschrift van Anko Ypenga beschrijft en verklaart deze vorm van allegorese, zoals die werd toegepast op de liturgie: het ontstaan ervan, de theoretische en methodologische principes die er aan ten grondslag liggen en de uitwerking van ervan op het verstaan van de liturgie door de eeuwen heen. Het allegorische of symbolische karakter van de liturgie blijkt gebaseerd te zijn op theorieën van filosofen en theologen van formaat. Speciale aandacht gaat uit naar de twaalfde-eeuwse theoloog Hugo van Sint-Victor, die de allegorese en het begrip sacramentum gebruikt om de theologie als wetenschap op te bouwen en het tekenkarakter van de liturgie te verantwoorden. Zo wordt voor het eerst een wetenschappelijk verantwoorde methode toegepast op de allegorische of symbolische liturgie-uitleg in de Middeleeuwen.
Als de priester uit de consistorie tevoorschijn komt en naar het altaar loopt om de mis op te dragen, betekent hij dus volgens de allegorische uitleg Christus, die uit de hemel naar de aarde komt. ‘Kijk, daar gaat Christus’ zou men kunnen zeggen.