nieuws

07 sep 2000, 00:12

FACELIFT VOOR GROTE MARKT

“Als stad krijg je maar één of twee keer per eeuw de kans een grootschalig project als dit te starten. We willen die kans nu met beide handen aangrijpen om nog meer ‘stad’ van Groningen te maken.” Met deze woorden presenteerde de Groningse burgervader Jacques Wallage eind mei namens zijn college de ambitieuze plannen voor de grootste opknapbeurt die de karakteristieke Groningse Grote Markt in haar geschiedenis staat te wachten. B&W willen de noordelijke metropool met de grootscheepse verbouwing van het stadshart –duur: vijf jaar, kosten: 300 miljoen gulden- de ‘krachtige impuls’ geven die zij volgens hen behoeft.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Het rustieke, weidse plein in het centrum van Groningen vormt al vanaf de vijfde eeuw het herkenbare middelpunt van de noordelijke hoofdstad. Enkele naast elkaar gelegen akkers op een oude, natuurlijke stuwwal ontwikkelden zich tot de kern van wat later het dorp Groningen ging heten. Het plein kreeg echter pas rond 1100, toen een defensieve stadswal werd opgeworpen, de vierkante vorm waarin de huidige Grote Markt nog is terug te vinden.
Hoewel het aanzien door de eeuwen heen aanzienlijk veranderde, is de structuur van de brink en zijn naaste omgeving tot na de Tweede Wereldoorlog gelijk gebleven. Als gevolg van beschietingen en brandstichtingen tijdens de bevrijdingsdagen wijzigde het aanzicht van de noord- en oostwand van het plein drastisch.
De verwoestingen lieten manifest littekens achter die na de oorlog leidden tot een radicaal wederopbouwplan waarmee doelbewust werd gekozen voor een breuk met het verleden. B&W waren toentertijd zeer content met het nieuwe ‘grootstedelijke’ en ‘monumentale’ karakter van het eigentijdse project; bij de meeste Stadjers heeft echter nooit veel waardering bestaan voor de kille vijftiger- en zestiger jaren-architectuur van de noordzijde.
Verbouwing

Bijna een halve eeuw later lijkt de Groningse bevolking zich dan ook goed te kunnen vinden in het facelift-project van architect Jo Coenen. De ontwerper, eerder onder meer verantwoordelijk voor de verbouwing van het Vrijthof in Maastricht, voorziet met zijn plannen in een volledige reconstructie van de noordwand van het plein.
De ondergrondse parkeergarage annex winkelcentrum die het project omvat lijkt echter toch een struikelblok te gaan vormen in de poging van het college bij haar burgers een onverdeelde affiniteit voor het initiatief te genereren. De eigentijdse parking moet ruimte gaan bieden aan vierhonderd auto’s.
Een noemenswaardig aantal Stadjers begrijpt niet waarom het college met de aanleg van de nieuwe garage het autogebruik in de binnenstad stimuleert terwijl de gemeenteraad, tot grote tevredenheid van de bevolking, al jaren ijvert voor een autoluw centrum. Verenigd in het comité ‘Geen Gat in de Grote Markt’ stellen de tegenstanders alles in het werk om de –volgens hen- zowel conjunctureel als structureel milieubelastende graafwerkzaamheden in het stadshart te voorkomen.
Formeel heeft het collegevoorstel slechts de status van ‘voorontwerp stedenbouwkundig plan’, wat betekent dat de gemeenteraad en de bevolking zich nog over het idee kunnen uitspreken. Dezelfde dag dat het college haar renovatieplannen wereldkundig maakte, werden er bij het gemeentehuis al tientallen handtekeningenlijsten opgehaald waarmee een referendum kan worden geïnitieerd, het enige wettelijke middel waarmee burgers het verbouwingsvoorstel zouden kunnen saboteren.
Verzakking

Behalve een eventueel referendum hangt de gemeente, als de plannen doorgang vinden, ook nog een forse claim van de Stichting Martinikerk boven het hoofd. Zodra de statige kerk naast het plein door de graafwerkzaamheden ook maar één scheurtje oploopt, gaat het project de Groningse schatkist minimaal enkele tientallen miljoenen guldens extra kosten. De tunnel die moet worden aangelegd als aanrijroute voor de parkeergarage loopt deels onder de Martinikerk door, een gebouw dat mede door zijn ligging op de oude stuwwal alles behalve stabiel genoemd kan worden.
Zelfs een minimale verzakking kan grote gevolgen hebben voor het fragiele, monumentale godshuis. “We hebben geen idee hoeveel het gebouw kan hebben”, verzucht Martinikerksecretaris Hans van der Veen. “De enige manier om daar achter te komen is een praktijkexperiment waar wij liever onze medewerking niet aan verlenen.”
De voorzienigheid gaf de stichting een maand geleden een zeer praktisch argument in dit meningsverschil met de gemeente in handen toen er onder de kerk een kleine natuurlijke bodemverschuiving optrad. Als gevolg van de minieme aardbeving scheurde een dikke pilaar onder het antieke orgel doormidden. “De barst in de pilaar was een metafysische waarschuwing”, grapt Van der Veen. “Je hoeft maar over graven in de Grote Markt te pràten en de kerk scheurt al.”
Een rapport dat het onderzoeksbureau GeoDelft in opdracht van de gemeente uitvoerde, wees uit dat de kans dat de Martinikerk zou kunnen verzakken minimaal is. Maar de onrust onder de kerkbehoeders nam toe nadat externe deskundigen deze conclusie ernstig in twijfel trokken. Zij stelden dat onvoldoende rekening was gehouden met de kwetsbaarheid van de al gedeeltelijk verzakte Martinikerk.
Mede in antwoord op deze uitspraken beklemtoonde de gemeente dat het rapport van GeoDelft slechts een voorlopige versie betrof: voordat de graafwerkzaamheden beginnen, moet er zeker nog grondig vervolgonderzoek worden verricht naar de bouwkundige status van Martinikerk en de bodemgesteldheid van en grondwaterstromen onder de Grote Markt.
Vertrouwen

Ondanks het op komst zijnde referendum en de dreigende risico’s voor de Martinikerk ziet VVD-wethouder Koen Schuiling van Economische Zaken, één van de grote drijvende krachten achter het voorstel, de toekomst met veel vertrouwen tegemoet. Een ruime meerderheid van de gemeenteraad heeft zich eind juli vòòr het plan uitgesproken en ook de burgers zijn volgens hem overtuigd van de unieke betekenis van het hele project voor hun stad.
De wethouder beklemtoont in reactie op de argumenten van de tegenstanders dat de gemeente nog steeds staat voor het autoluwe beleid waar zijn antagonisten zo op hameren. “Een autoluw beleid betekent echter niet dat we auto’s volledig uit de binnenstad kunnen weren”, legt hij uit. Groningen bouwt al jaren aan een verkeerscirculatieplan dat auto’s in het hart van de stad probeert te mijden. “Het netto aantal parkeerplaatsen voor bezoekers vermeerdert ook niet”, rekent Schuiling voor. “De binnenstad wordt alleen makkelijker toegankelijk voor de gasten.”
Als alles volgens plan verloopt, gaat de parkeergarage onder de Grote Markt twee andere parkings in het centrum compenseren. Deze worden na opening van de ondergrondse garage gebruikt om de wagens van autochtone binnenstadbewoners te stallen. “We willen mensen vooral stimuleren in het centrum te lopen of te fietsen”, verklaart Schuiling.
Door ondergronds te bouwen kan bovendien meer dominante hoogbouw in de binnenstad worden vermeden. Vooral voor het grote winkelcentrum dat naast de parkeergarage komt te liggen, lijkt dit een ideale oplossing.
Ook de kritiek van het nationale Referendumplatform, die stelt dat de gemeente in de vraagstelling aan de burgers in plaats van het hele plan alleen maar de parkeergarage ter discussie moet stellen, legt het college naast zich neer. “Het is één ondeelbaar plan”, beklemtoont Schuiling.
De ondergrondse autostalling vormt een onmisbare financiële garantie voor de binnenstadondernemers, die vrijwel alle investeringen in het project voor hun rekening nemen. “Over die koppeling met de parkeergarage hebben ook nooit onduidelijkheden bestaan: zonder parking is er gewoon geen plan.”
Mocht de bevolking zich volgend jaar toch tègen het prestigieuze project uitspreken, trekt de gemeenteraad direct haar politieke conclusies. “We gààn voor het plan en we stààn voor het plan”, betoogt Schuiling gepassioneerd. “Je maakt je als politicus weinig geloofwaardig wanneer je voor zoiets unieks je eigen positie niet in de waagschaal durft te leggen.”
door Robbert Blokland

;