nieuws

14 feb 2009, 11:11

Eemsdelta voelt zich gepasseerd door provinciebestuur in verdeling ‘Zuiderzeelijngelden’

Een aantal ondernemingsraden uit het Eemsmondgebied, FNV Bondgenoten en de vereniging Samenwerkende Bedrijven Eemsdelta verwijten het College van Gedeputeerde Staten van Groningen te weinig te investeren in het gebied. Dat zeggen zij in een brief die gisteren is verstuurd aan het provinciebestuur. Volgens de organisaties heeft het college in het verdelen van de ‘Zuiderzeelijngelden’ slechts oog voor de stad Groningen. ‘Dat geeft ons hetzelfde gevoel als wat u – terecht – Den Haag heeft verweten: alles gaat naar de Randstad en Noord-Nederland wordt vergeten. Wij hebben het gevoel dat er wel een Stad is maar geen Ommelanden’, zo schrijft Jan Wierenga van FNV Bondgenoten namens de partijen.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Volgens de ondertekenaars liggen in het Eemsdeltagebied een aantal grote werkgelegenheidskansen. Om deze kansen te verzilveren zal het provinciebestuur echter wel moeten investeren in onder andere de bereikbaarheid en de (facilitaire) infrastructuur. Daarom willen de samenwerkende organisaties dat Gedeputeerde Staten een deel van de Zuiderzeelijngelden of door de beschikbaarheid daarvan elders vrijgekomen gelden, te investeren in een aantal infrastructurele projecten.

De plannen voor verdubbeling van de N33 juichen zij toe. In de brief wordt er echter op gewezen dat deze weg niet volstaat als alternatieve route Groningen – Delfzijl/Appingedam. Om het gebied beter te ontsluiten voor woon - werkverkeer zou een kortere en goed berijdbare weg tussen deze plaatsen aangelegd moeten worden.

Om voordeel te halen uit de verwachte explosieve groei in intra-Europees goederenvervoer per scheepvaart dringen de samenwerkende organisaties tevens aan op uitbreiding van de zeesluis bij Delfzijl. Deze zou te klein zijn om de scheepvaart in de zeer nabije toekomst goed en adequaat te bedienen.

Ook een duurzame veerverbinding tussen Delfzijl en het Duitse Emden zien de partijen als onontbeerlijk. Dit zou een impuls opleveren voor zowel het economisch als het toeristisch verkeer en daarmee voor grensoverschrijdende samenwerking.

In de brief wordt ook nog opgeroepen zo snel mogelijk te starten met een project dat onderzoek doet naar de mogelijkheden voor een nieuwe en betere spoorverbinding vanuit het Eemsdeltagebied richting het zuiden, Duitsland en de Baltische staten. Nu gaat het goederenvervoer ten behoeve van de industrie in het Eemsmondgebied nog steeds per vrachtwagen via Groningen naar Delfzijl, wat de veiligheid van burgers, de ontwikkeling van Delfzijl, maar vooral de industrie niet ten goede komt, aldus de ondertekenaars van de brief.

Samengevat roepen zij het provinciebestuur op meer geld en aandacht te besteden aan de ontwikkeling van het Eemsdeltagebied en zich niet blind te staren op de stad Groningen. ‘Het kan en mag niet zo zijn dat datgene wat u de Randstad-politiek heeft verweten, u een van uw eigen regio’s aandoet.