nieuws

06 dec 2001, 00:12

Belaagde leerlingen zoeken nauwelijks steun bij docenten

Na een ongewenste seksuele ervaring op school stapt slechts elf procent van de leerlingen op een mentor, docent of vertrouwenspersoon af. Dit blijkt uit een sociaal-wetenschappelijk onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG). Tachtig procent zoekt steun bij derden zoals vrienden. ,,Terwijl de vertrouwenspersoon volgens het schoolbeleid eigenlijk het eerste aanspreekpunt moet zijn”, verduidelijkt onderzoeker C. Bajema. Jongeren lopen vrijwel alleen maar naar de vertrouwenspersoon toe als het ernstig ongewenst gedrag betreft.

Dit katern wordt mede mogelijk gemaakt door:

Het is het eerste grootschalige Nederlandse onderzoek naar ongewenst seksueel gedrag op scholen. Eén op de zes jongeren heeft te maken met ongewenst seksueel gedrag op school. Slechts 28 procent van de geïntimideerde jongeren zegt rechtstreeks tegen de belager dat ze het vervelend vinden, schelden terug of bieden lichamelijk verzet. In driekwart van de gevallen betreft het intimidatie van leerlingen onder elkaar. Bij een kwart van de gevallen zijn leraren betrokken.
Het onderzoek maakt een specifiek onderscheid tussen ongewenst seksueel gedrag en seksueel geweld. Onder ongewenst gedrag vallen onder meer opmerkingen, het met de ogen uitkleden van een leerling of het ongewenst aanraken van een ander. Onder seksueel geweld vallen alle vormen van intimidatie die juridisch vervolgd kunnen worden. Slechts 0,4 procent van de leerlingen is hier het slachtoffer van.
Bajema concludeert in haar onderzoek dat het raadzaam is op scholen een vertrouwensleerling aan te stellen. ,,Slachtoffers praten veel makkelijker met leeftijdgenoten over dit soort vervelende ervaringen.” Op een aantal scholen in Nederland wordt al geëxperimenteerd met een vertrouwensleerling. De eerste ervaringen zijn uiterst positief.
De volwassen vertrouwenspersoon geniet onder de scholieren ook maar weinig bekendheid. ,,Op veel scholen wordt hij slechts in een aparte alinea in een voorlichtingsgids genoemd”, aldus Bajema. ,,Het scheelt al enorm als zo iemand in de klassen wordt voorgesteld. Dat verlaagt de drempel om naar hem of haar toe te stappen.”
Ook een openhartiger en leukere seksuele voorlichting tijdens de lessen kan het onderwerp intimidatie beter bespreekbaar maken. ,,Er wordt nauwelijks aandacht besteed aan de gevoelskanten van seksualiteit”, stelt de Groningse socioloog. Negentig procent van de scholen doceert sec over voortplanting en voorbehoedsmiddelen; slechts een derde van de scholen gaat ook in op sociale aspecten als versieren en verliefdheid. Op slechts tweederde van de scholen zijn onderwerpen als homoseksualiteit in de les bespreekbaar.